09-09-04

night train

Woensdagavond. De trein van vier voor elf. De trein der miserie, de trein der zatheid, de trein der verdoemden. Je gelooft je ogen niet. Echt waar.

Het begon al beneden op het perron. Aan de voet van de roltrap werd ik aangeklampt door een man.

“Meneer, mag ik u wat vragen”, bralde hij me toe. Ik probeerde hem te negeren, maar hij trok aan mijn rugzak toen ik de roltrap op ging. Eigen schuld, dikke bult.

Waar zijn mijn reflexen? Nooit je rug keren naar de vijand. Ze hebben het er ingestampt, maar het heeft niet geholpen. Te veel vertrouwen in de mensheid.

Ik ging stomweg naar boven, met mijn rug naar hem toe. Ik kon toch wel verwachten dat die vieze klootzak met zijn vettig haar en zijn muil zonder tanden wat verder zou gaan in zijn toenaderingspogingen? Hij stond daarnet luidkeels de bijbel te citeren in de gang naar de perrons.

Je verwacht nu waarschijnlijk een bloedstollend gevecht, toch minstens een bloedneus en een ontwrichte kaak, daar op die roltrap.

Ik moet je teleurstellen.

Ik kon me omdraaien, hem een snauw geven, hij liet los, viel in coma van zattigheid en bleef nog wat botsen met zijn kin op de onderste trede van de roltrap. “Die roltrap stopt na enkele minuten”, dacht ik en ik begaf me naar het perron.

Daar was het ook feest. Ik stelde me verdekt op achter de borden met uurtabellen en ik bekeek de zaak eens op mijn gemak. Ik was toch tien minuten te vroeg, ik had verdomme een Leffe meer kunnen drinken daarnet.

Een wat oudere vrouw met lang, grijs haar en echt wel véél plastiek zakjes hing met haar armen over de reling van de trap waarlangs ik daarnet naar boven kwam. Duidelijk zo zat als een kanon. Ze had de hik. Haar hoofd wipte telkens ze hikte.

En eind verder stond een mooi, jong meisje. Een jaar of achttien schatte ik zo. Ze was erg mooi gekleed, een soort avondjurk met sandaaltjes en van die veters die in een patroon rond haar enkels waren gevlochten. Ik vind dat zo verdomd sexy. Tenminste als het mooie enkels zijn, maar dat waren het! Machtig mooie benen ook. Knap ding, maar er was werk aan. Ze stond namelijk ook te wippen. Ze luisterde naar een walkman, snoeiharde muziek. Je zag alleen het wit van haar ogen. Zo stoned als een garnaal. Bijna wipte ze van het perron op de sporen, maar ze kon wankelend haar evenwicht herstellen en ze ging toch een paar meter meer naar het midden wippen. Mijn hart wipte ook even. Stel je voor dat dat jong, mooi ding daar op de sporen viel en de trein kwam en reed er daar zo even haar mooie benen af. Of erger.

Ha. Nog volk. Een drietal : een zatte Japanner ( een halve Leffe), een zatte Engelsman (een bak Leffe als het geen Schot is, da’s twee bakken), en een zatte ik weet niet welke nationaliteit (en ik kan dus ook niet bepalen hoeveel Leffes). De Jap sprak Frans, eigenaardig, de Engelsman Engels en diene andere iets waar ik kop nog staart aan kreeg. In elk geval, geen één van de drie verstond ook maar een woord van wat de ander zei. Ik wel dus. Ik verstond van de Japanner dat hij bezig was over de douche in zijn hotel, die was verkalkt en er kwam maar een piesstraaltje uit en de Engelsman (of Schot want het was een roodharige maar geen reus, daarom twijfel ik) had het over het eten dat hier zo “cheap” was. Dat ander manneke stond meer te brommen. Ik denk dat die gast een asielzoeker was.

Eindelijk, de trein. Ik laat me toch altijd weer vangen. Stond ik weer voor eerste klas. Ik heb het echt wel door hoor : de kortste afstand van de roltrap, daar stopt eerste klas, maar ik laat me toch telkens weer vangen.

Ik repte me naar de wagons van het plebs, de tweede klas, en ik stapte in.

Je moet snel zijn hoor. Dat geval blijft ’s nachts exact 1 minuut stilstaan. De treinbegeleider, zo heet dat tegenwoordig,  fluit exact een halve seconde en de trein trekt op tot 120 in 20 seconden.

That's the nighttrain, babe.

De trein vertrok als een pijl uit een boog. Ik installeerde me knus in een zetel en ik overschouwde de wagon.

Van hetzelfde laken een broek.

Twee zetels voor me zat een vent met zijn voeten op de zetel voor hem een anderhalve literfles met iets als jenever te zuipen. Ik dacht jenever, want het rook straf naar jenever tot twee zetels verder. Een pet voor zijn ogen, tafel en zetel bezaaid met stukken krant en maar hijsen. En boeren. Om de twee slokken een enorme boer. Echt een loeier, boeren zoals een koe balkt. Vortzak.

Het mooie meisje van op het perron zat halfweg te wippen. Ik kon haar blonde haren telkens een eind boven de zetel uit zien wippen.

Helemaal op het einde zaten wel vier, vijf vrouwen. Dicht bij mekaar. Werkmensen zo te zien. Die ene was op het laatste nippertje tussen de sluitende deuren gesprongen en zat nu nog wat na te hijgen en te zweten.

Dat vond ik erg.

Dat van die samentroepende vrouwen. Ze hadden meer ervaring met nachttreinen dan ik, die vrouwen. Ze zochten veiligheid in een cirkel van vrouwen. Zo’n beetje als de cowboys een cirkelvormig kamp maakten tegen de Indianen. Samen sterk tegen die zatte wereld.

En ik zat alleen. Die vrouwen moesten me niet hebben in hun veilige cirkel. De treinbegeleider liet zich niet meer zien. De rest zat te hijsen en te wippen.

Een beetje onwerkelijk reed ik met mijn braaf fietsje naar huis, naar mijn lief. Naar haar warme lijf dat op me lag te wachten. Ik kroop in bed en we krulden ons als lepeltjes. In een cirkel, warm en veilig. Ik brak mijn record. 35 per uur op mijn fietscomputer. Dat is het verschil tussen twee Leffes en drie Leffes.


De echtheid van dit verhaal kan door elke treinbegeleider die 's nachts werkt bevestigd worden.





21:37 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |  Facebook |

Commentaren

even reageren leuk om te lezen

Gepost door: bekend | 15-09-04

fijn fijn om te lezen

Gepost door: hallo | 15-09-04

Post een commentaar