23-09-04

Blog aan de Burgemeester van Stad Gent, de heer Frank Beke

 

 

Betreft : de wielen en de banden van mijn fietske, mijn nieuwe Mephistoschoenen en de vullingen in mijn tanden

              

 

Geachte heer Burgemeester,

 

Ik weet dat u niet veel tijd hebt, ik weet dat u zoveel aan uw hoofd hebt, maar toch wil ik u eens wat vragen.

Ik probeer het rechtstreeks en duidelijk te verwoorden zodat u niet te veel van uw kostbare tijd moet besteden aan het lezen van deze blog.

Deze morgen regende het nogal. Zeg maar gieten. Bakken water vielen er uit de lucht en ik moest daar met mijn fietske door naar het station.

Ik heb mij ondertussen een gloednieuw regenpak aangeschaft, superkwaliteit, echt waar. Dubbele lagen, gemaakt van wat weet ik veel voor ruimtevaartmateriaal, en overal verluchtingsgaten tegen het zweet. Ik begrijp nog altijd niet hoe je droog kunt blijven in een pak met zó veel verluchtingsgaten. Dat regent daar toch in, in die gaten?

Ik zie er uit als een astronaut met die rugzak als een zuurstoffles onder mijn regenjas, maar dat moet je erbij pakken.

Ik stort me dus met mijn fietske de straat op en ik spetter richting station.

U moet weten, meneer de Burgemeester, dat ik op dat uur van de dag al niet echt welgezind ben.

Ik kan niet tegen vroeg opstaan, mijn biologische klok is daarvan totaal van de kaart. De wijzers draaien als het ware zot.

Ten tweede moet ik mij fysiek verwijderen van mijn lieve, warme vrouw. Ik háát dat. Ik ben zo op mijn gemak als ik bij haar ben dat ik eigenlijk bij haar wil blijven. De hele dag. De hele nacht ben ik al bij haar, moest die dag daar nu nog bijkomen, ik zou perfect gelukkig zijn.

Ten derde heb ik gisterenavond een Leffe te veel gedronken. Ik kan mij ook nooit inhouden.

 

Als het dan nog zo regent, kan u zich wel inbeelden hoe ik me voel. Een beetje zoals u zich voelde toen die kanalen overliepen, omdat u niet goed wist wat u met het slib moest doen.

 

Tot aan de Rooigemlaan rijd ik sedert een week op een rode loper. Daar heb ik geen klagen over, hoor!

Jongens, wat een fietspad. Verleden week waren daar een stuk of vier échte Turkse astronauten aan het werk met een spuit waar rood, kleverig poeder uit kwam. Die mannen droegen een wit pak met zo’n zuurstofhelm. Dat moet wreed gezond werk zijn.

“It’s a small step for man, …” , declameerde ik toen ik hen voorbijreed. “Armstrong”, riep de verste me achterna en hij stak zijn witte duim omhoog.

Maar goed, dát is dus een fietspad.

Over het fietspad langs de Rooigemlaan kan ik normaal ook niet klagen, behalve als het regent zoals vandaag. Doe eens uw regenjas aan, meneer de Burgemeester, pak uw paraplu ook maar mee als het regent zoals deze morgen, en kom dat eens bekijken. Om de vijftig meter staat er een klojo met zijn auto op het fietspad. Met zijn vier pinkers aan, zo van : “Ik mag hier staan, want ik ben aan het laden en lossen”. Mijn voeten, je moet eens zien wat ze laden en lossen : hun vrouw, zodat haar kapsel niet nat wordt, hun hond, ze drágen hem naar de auto. Wie draagt nu in godsnaam een hond?

Ik mag elke keer mijn leven en het frame van mijn fietske riskeren door op die viervaksbaan te gaan rijden.


Aan de Nieuwe Wandeling moet ik rechtsaf naar de Watersportbaan.

Daar begint de hel.

Organiseer daar een wielerkoers, meneer de Burgemeester, en noem hem : ”De Hel van Gent, en omstreken”. Het zal u stemmen opleveren.

De rijbaan is een maanlandschap. Overal meteorietinslagen. Hoe hier geen astronauten rondlopen, ik weet het niet.

Nu, dat wegdek kan me gestolen worden, ik rijd niet meer met een auto.

Het fietspad, daar gaat het mij tegenwoordig om.

Eerst moet je erop geraken, want het ligt zo’n vijftien centimeter boven de rijweg. Op zich is dat veilig, juist. Een goede scheiding tussen de vierwielers en de tweewielers is gezond. Maar je moet erop geraken. Sommige mensen rijden de hele afstand op de rijweg, in blinde paniek tussen de ronkende bussen en de walmende vrachtwagens. Ze geraken gewoon niet op het fietspad. Er is namelijk maar hier en daar een boordsteen wat lager dan het fietspad. Ja, vijftien centimeter, daar geraak je echt niet op met je fiets. Wat lager betekent toch nog altijd minstens tien centimeter hoog. Dat is heel wat voor een fiets.

Ik heb daar allemaal geen tijd voor, ik moet mijn trein halen. Ik knal aan vijfentwintig per uur die boordsteen op en ik hots verder. Dat is echt niet goed, hoor, voor de wielen en banden van mijn fietske. Dat gaat daar allemaal van kapot. Ik wiebel ondertussen nogal, er zit al een slag in mijn wiel.

Hotsen, meneer de Burgemeester, inderdaad. Je kunt dat geen rijden noemen. Van de ene put in de andere, ik rijd dat stuk nu al drie maanden en ik vind gewoon geen parcours tussen die putten. Ik verloor in die drie maanden vier vullingen van mijn tanden. Ik ben er zeker van dat die putten daarvan de oorzaak zijn.

Als het regent, is het nog erger. Véél erger.

Er staat zoveel water in die putten als in de Watersportbaan. Met al dat slib staat daar al niet meer zoveel water in.

Nu had ik vandaag besloten om mijn nieuw paar schoenen aan te doen. Voor de eerste keer geen sandalen meer, maar mijn splinternieuwe Mephisto’s, met verwisselbare zool, van nondedju 200 euro. Je moet nu niet denken dat ik manager ben van een bedrijf of zo, 200 euro is een serieuze hap uit mijn budget, hoor. Ik moet zulke schoenen dragen, omdat ik zweetvoeten heb.

Zo.

Nog een taboe doorbroken.

Het moet gedaan zijn om dat weg te steken, kom er voortaan open voor uit mensen. Zweetvoeten zijn geen schande. Je kunt daar niets aan doen dat je dat hebt. Wie weet, misschien heeft onze burgervader zweetvoeten. Zo heel de dag van hier naar daar crossen in dezelfde schoenen, het zit er dik in.

Wie zweetvoeten heeft, mag mij mailen (dat knopje hiernaast “mail me”) en ik zal het geheim tegen zweetvoeten verklappen.

Het moet gedaan zijn met die onderdrukking van de mensen met zweetvoeten. Ik moet mij inhouden of ik start een forum “zweetvoeten”op mijn blog.

Ik had mij voorzien. Een compleet regenpak, van kop tot … nee, niet “teen”.

Zeiknat, mijn nieuwe schoenen. Dat kan ook niet anders.

Ik reed “door een beke”, meneer Beke.

Mijn schoenen zullen nooit meer dezelfde zijn. Ik had beter zwemvliezen gekocht.

 

Hier en daar stopt er ook een bus op dat traject. Leuk georganiseerd, hoor : de reizigers stappen uit op het fietspad.

Knal, zo’n reiziger voor je wielen. Heden morgen was dat een oud vrouwtje. Ze kreeg haar paraplu niet open terwijl ze uitstapte. Ze zal hem nooit meer open krijgen. Ik reed hem aan flarden.

Kan ik er aan doen? Die bus stopt, opent zijn deuren, braakt er dat oud wijf en haar paraplu uit en rijdt al weer verder. En dat allemaal in twee seconden.

Nog een geluk dat ik dat Gents nog niet goed versta, want wat ze me nariep, zal niet mooi geweest zijn.

Ik ben eigenlijk vergeten wat ik u wilde vragen, meneer de Burgemeester.

Ik had me nog zó voorgenomen om kort mijn probleem voor te leggen. U hebt geen tijd, hé, steeds maar van de ene vergadering naar de andere lopen.

Elke dag een ander paar schoenen dragen. U kunt dat betalen.

En hier en daar wat putten vullen. Dat kunt u ook betalen.

Wat harten verwarmen. Dat kost geen geld.

Voor iedereen zo’n rood fietspad, een rode loper, naar het station.

Zo iets wilde ik vragen.

 

 

Hoogachtend,

 

Jacoja

 





21:59 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (3) | Email dit |  Facebook |

Commentaren

nattigheid man man man, Jan ...
je had in de politiek moeten gaan - zoveel woorden om zo'n simpel probleemke voor te leggen ...
maar het moet gezegd : 'k heb genoten van je open brief naar jouw burgervader.
Je kan nog altijd journalist worden! Of schrijver ... is ook in trek, heden ten dage!
'k Wens je veel droge dagen toe!

Gepost door: Martine | 24-09-04

Burgemeester Geachte heer Jacoja,

Uw open brief heeft me heel diep getroffen. Enkele jaren geleden nog, hebben mijn trouwe Gentse stadsgenoten mij terug verkozen omdat ik al zoveel voor ze gedaan hebt.
Nu komt u opdraven met een paar pietluttige tekortkomingen die trouwens net voor de volgende verkiezingen zullen opgelost worden. Dat vind ik niet zo schoon van u. Trouwens, uw geschrijf lijkt meer het gedeclameer van een groene jongen dan een ernstige vraag. Wat heb ik te maken met uw zweetvoeten, uw ruimtepaken al uw zogezegde miserie.
Man koopt een auto en ga werken als een normale mens.
Enfin, ik zal mijn administratie opdracht geven om aan uw verzuchtingen tegemoet te komen maar dan verwacht ik dat u mijn steunt bij de volgende verkiezingen.

Met de meeste hoogachting,
uw burgervader, Beke

Gepost door: Dhr. Beke | 25-09-04

Fiets Goed geschreven, humoristisch en toch realistisch, maar... kom eens een ritje doen in Antwerpen.
Dyke, een fietsfanaat.

Gepost door: Dyke | 26-09-04

Post een commentaar