22-10-04

Een totaal andere wereld.

Het was al een tijdje geleden dat ik het blinde meisje nog eens zag op de trein of op de bus. Vanmorgen stapte ik de wagon binnen en ze zat op de eerste rij.

Haar twee handen hoog op de lange, witte blindenstok die ze tussen haar voeten recht hield. Strak voor zich uit kijkend, naar de rug van de zetel tien centimeter voor haar neus.

Ik ging aan de overkant van het gangpad naast haar zitten.

Ik stelde mezelf netjes voor : ” Aangenaam, Jacoja is de naam, hoe gaat het met je?”

Heren stellen zich voor, dat spreekt voor zich.

Zeker aan blinde mensen : niets is zo onbeleefd als naar een blinde mens zitten kijken zonder iets te zeggen. Zij vóelen dat, hoor, dat je hen bekijkt!

Ondertussen schonk ik mezelf een lekker geurend kopje koffie in.

Natuurlijk met de nodige rituelen : een klap op het tafeltje, plechtig vastnemen, dop eraf schroeven, inschenken, tornado van koffiegeur doorheen de wagon….

De aandachtige lezer van deze blog ként die rituelen al, dus ik zal niet uitweiden daar over.

Ook het blinde meisje draaide haar neus richting mijn thermos.

“Hallo, ik ben Christine, jij bent die man die me vertelde dat het Concertgebouw in Brugge oranje is”, zei ze.

“Ik ben blij je nog eens te ontmoeten”, voegde ze er aan toe.

Ze draaide haar hoofd weer naar de rug van de zetel voor zich, zich losrukkend van de koffiegeur.

Ik liet bijna mijn thermos vallen van het verschieten : een volle maand later en ze herkende meteen mijn stem!

Ik stak zorgvuldig mijn thermos in mijn rugzak, stel je voor dat ik hem brak!

We keuvelden wat over en weer over de regen en dat soort triviale dingen.

Een Belg praat niet over “het weer”, hij praat over “de regen”.

Over “het werk” ook.

Kan het trivialer?

“Het werk”!

Ik zat wel wat te zweten toen we het over werk hadden. Ik zweet altijd als mensen praten over werk, maar gelukkig kon dit blinde meisje dat niet zien.

Ze studeert voor bibliothecaris, ze kan meteen aan de slag in zo’n braillebibliotheek na haar studies.

Mooi.

Iedereen vindt zijn weg, zo zie je maar.

Via die bibliotheek kwamen we op het onderwerp “boeken”.

Na een minuutje of tien gezellig titels van meesterwerken der literatuur opsommen en schrijvers becommentariëren kwam ik tot de vaststelling dat dit blinde meisje er meer van kende dan ik.

Miljaar, gelezen dat die had!

En dat allemaal in braille!

“Zo lezen met je vingers, gaat dat niet vreselijk traag”, vroeg ik haar.

“Dat gaat normaal gezien héél snel”,zei ze.

“Alleen die keer toen ik in mijn wijsvinger gesneden had bij het aardappelschillen was het een ramp. Ik heb toen twee weken geen boek kunnen lezen”.

Ik knikte begrijpend en begreep op hetzelfde moment dat ik fout bezig was.

Knikken naar een blinde!

Op slag begon ik te hummen. Je weet wel, dat “hummen” van Rogers, “mmmmmm” en “hmmmmmmmmm” zeggen tijdens een gesprek.

 Dat was trouwens één van mijn betere vakken , het “hummen” op de Sociale School. Daar was ik érg goed in.

Ik zal die Rogers eens moeten corrigeren : van communicatie met blinden weet hij niet veel!

Dat hij dat “knikken” maar schrapt.

 

Plots tikte ze met haar witte stok tegen mijn voet.

“Jacoja”, zei ze plechtig, “doe je mee aan een experiment”?

“Ik doe mee aan alle experimenten, Christine, geen experiment gaat aan mij voorbij”, antwoordde ik.

“Ok”, zei ze, “sluit je ogen voor de rest van de rit”.

“Beloof me dat je ze niet meer opent tot in Brugge, vanaf nu ben je blind.”

Ik kneep mijn ogen zo dicht dat ik er duizelig van werd.

“Goed”, zei ze, “luister nu goed”.

Ik luisterde.

“Beschrijf me wat je hoort”, zei ze.

Ik luisterde ingespannen naar de geluiden van een denderende trein.

“Ik hoor de wielen over de sporen schuren, metaal op metaal.

Ik hoor om de halve minuut een bonk.

Het is een ritme, dat bonken.

Het typische treinritme.

De blues van de trein.

Ik hoor het suizen van de stalen kabels boven mijn hoofd...”, begon ik enthousiast.

Ha ja, als je aan experiment meedoet, dan mag je op zijn minst wat enthousiast zijn!

Ze lachte en ze antwoordde : “Ik bedoel niet wat je buiten hoort, dat hoort iedereen.

Jacoja, luister naar de geluiden IN de wagon!”.

Ik probeerde, maar buiten een hoestbui van een kettingroker, een paar zetels verder, hoorde ik niet veel.

Die mens hoestte!

Hij stikte bijna!

Hij rochelde, minuten aan een stuk!

Ik nam me voor meteen te stoppen met roken.

“Euh, een kuchende man”, zei ik voorzichtig, mijn ogen spastisch toeknijpend.

Je moet maar eens tien minuten écht je ogen dicht houden, dat is om zot te worden!

Ze lachte hartelijk.

Toen werd ze ernstig : “Luister, Jacoja.

Luister naar dat kind twee zetels verder.

Zo vrolijk, ’s morgens vroeg. Het is nog geen twee jaar oud, aan zijn woordjes te horen. Dat leuke brabbelen.

Luister naar de krant halfweg de wagon.

Het is een man, Jacoja.

Ik hoor dat aan het ritselen van de krant.

Vrouwen lezen hun krant op tafel of op hun schoot.

Mannen verbergen zich graag achter hun krant.

Dat ritselt anders.”

Ik hoorde een luid sissen : een deur die open gaat!

“De conducteur komt er aan”, zei ik.

Apetrots.

Ze luisterde een minuut voor ze zei : “Neen, dat is de conducteur niet.

Ten eerste : die mensen kondigen zich aan. Ze vragen luid om de tickets klaar te houden. Ik heb niets gehoord.

Ten tweede : op de komst van een conducteur volgt een salvo van rugzakken die opengeritst worden en handtassen die openklikken. Tickets,hé. Dat was niet het geval.

Dus : geen conducteur op komst.”

Shit, man, ik had even gedácht iets gehoord te hebben.

De trein vertraagde aanzienlijk.

“Waarom rijden we hier toch altijd zo traag”, zei ze.

Hier kwam mijn kans!

“Ha”, zei ik, “dat weet ik!”

“Plaag me niet”, zei ze.

“En toch weet ik het”, treiterde ik.

“Jacoja, man, zever niet”, zei ze.

“Ok. We gaan nu over een nieuwe brug over het kanaal, vlak voor het stationnetje van Landegem. Ze zijn al maanden aan het werken aan die brug. Vandaar dat we hier een heel eind traag rijden.”

Ik piepte even, ik kon het echt niet laten, tussen mijn oogleden.

Ze glimlachte, naar de rug van de zetel.

Ze straalde.

Vlug kneep ik mijn ogen weer dicht.

“Luister!”, zei ze, en ze stampte met haar blindenstok op de grond.

“Helemaal achteraan laat iemand een geruit cursusblad vallen. Het dwarrelt nu naar de grond.”

Ik stond paf.

“Grapje!”, lachte ze.

Zo luisterden we om beurten naar de gebeurtenissen tijdens een treinreis van Gent naar Brugge.

We hoorden complete gsm-gesprekken.

Een moeder belde naar haar dochter.

Een vader naar zijn moeder.

Een echtgenoot naar zijn lief.

Ja, iedereen zit daar ’s morgens naar iedereen te bellen, hé.

We gierden van het lachen om een luide boer, 4 zetels verder.

We waren ernstig en we hadden plezier.

Mijn ogen traanden : van het dichtknijpen.

Tussen Gent en Brugge was ik in een andere wereld.

Een andere en toch dezelfde.

De wereld van de geluiden.

Geen donkere wereld.

Helemaal geen donkere wereld.

Er is ook licht, maar dan in de vorm van geluid.

In Brugge stapten we af.
Ze nam mijn arm en bedankte de dame van de NMBS die haar stond op te wachten.

“Ha!, jullie gaan  op zwier!”, riep ze.

Ik begeleidde het blinde meisje doorheen het station, naar de bus.

Toen we tegen het bord met de vertrektijden liepen riep ze : “Jacoja, je mag nu wél je ogen weer open doen, hé!”

Met mijn ogen open ging het een stuk beter.

Ik laveerde als een zeilschip tussen de honderden pubers en andere obstakels in het station.

“Ik word duizelig”, zei ze lachend, “kan dat niet wat trager?”

We hadden weer dezelfde bus nodig.

Ik vertelde haar weer wanneer we voorbij het Concertgebouw reden.

“Knaloranje”, voegde ik er aan toe.

Ik vertelde haar dat we het Jan Van Eyckplein naderden.

Dat je daar die bocht van negentig graden die de bus moet nemen kunt voelen.

Ze drukte me de hand bij het afscheid nemen.

“Tot nog eens, Jacoja”, zei ze.

“Dag Christine”, zei ik, “tot ziens”.

Daar heb ik de hele dag over gepiekerd : over dat tot “ziens”.

Stommerik.



23:30 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (8) | Email dit |  Facebook |

Commentaren

Voor één keer bijna serieus Nooit gedacht aan publiceren? In boekvorm, bedoel ik.

Gepost door: lord blotbilski | 22-10-04

Goeiemorgen! Een vroeg vogeltje is al komen lezen.

Gepost door: lady rosita | 23-10-04

Goed gedacht De lord heeft zo nog geen slecht gedacht denk ik. Je schrijft heel goed.

Gepost door: Péke | 23-10-04

ergens het was niet overdreven slecht

Gepost door: ward | 23-10-04

subliem geschreven have a great weekend

Gepost door: willy | 23-10-04

AMAIAMAI iK HEB NOG MAAR NET JE VERHAALTJE GELEZEN OVER DIE JAPPANER EN NU DIT. ECHT WAAR JE KUNT PRACHTIG SCHRIJVEN. IK WERD ONMIDDELIJK MEEGESLEEPD IN HET VERHAAL EN VOND HET ZO MOOI!!!

Gepost door: Jan SAP | 12-12-04

OEPS JAPANNNER BEDOEL IK EN NIET JAPPANER

Gepost door: Jan SAP | 12-12-04

mooi Mooi verhaal. Je schrijft echt goed en je doet mensen nadenken over dingen.
Ik denk dat je veel kopers zou hebben als je een boek zou schrijven.

Gepost door: Dharielle | 10-02-05

Post een commentaar