28-10-04
Zo.

En dan nu de écht verbijsterende mededeling.
Eerst het slechte nieuws : jullie gaan mijn cursiefjes hier een paar dagen moeten missen.
Nu het goede nieuws : ik ga voor een paar dagen naar Puerto Real, samen met mijn vrouwtje.
Ons wat gaan ontspannen, in de zon.
Ik begin hier weer een stresskonijn te worden.
Het is dus om gezondheidsredenen.
Op doktersvoorschrift.
Ja, ik heb een héle goeie dokter.
Dat kwam zo vanmorgen plots op in de trein : die onmetelijke stranden, die palmbomen, die Sherry, die Manzanilla, die zee zo blauw als de tegeltjes in mijn badkamer…
Vanavond na het werk vlug een voorschrift gehaald bij de dokter.
Daarnet rap een ticket besteld bij Iberia.
Mijn valies gemaakt.
Leffe moet ik niet meedoen, ze bestellen die in Bar La Tacita bij Interbrew België, speciaal voor mij.
Há ja, ze kennen Jacoja daar al, in Puerto Real!
Manuel, de kelner, ja, die uit Falwty Towers, vult daar de papieren in om Leffe te bestellen.
Hij likt dan altijd eerst aan de punt van zijn pen, Manuel.
Je kunt het zien aan zijn blauwe tong, als hij eens iets geschreven heeft.
Niet dat Manuel veel schrijft, hoor.
Ik denk dat hij eigenlijk alleen maar schrijft als ik daar ben.
Alleen maar om Leffe te bestellen bij Interbrew.
Hij schrijft één tot twee keer per jaar dus.
Ik heb hem dat leren schrijven in het Vlaams :
“Aan Interbrew,
Belgium,
tien bakken bruine Leffe
La Tacita
Puerto Real
Spain.
Groeten,
Manuel
P.S. : en rap!”.
Manuel schrijft daar dan altijd “Presto!Presto!” achter, overtuigd dat het daardoor rapper zal gaan.
Ook omdat hij dat kán schrijven.
Ik zal daar in Puerto Real eens proberen op mijn blog te geraken.
Maar véél moeite zal ik niet doen, hoor!
‘k Zal daar eerst zélf de kabel moeten trekken voor breedband.
Als dat lukt zal ik u wat meer vertellen over Manuel.
Beloofd.
Manuel is een toffe gast, hoor!
Houd het hier ondertussen wat proper.
Maai het gras, was eens de schotels, hou mijn kijkcijfers op peil.
Corte la hierba!
Haga los platos !
Jacoja viniendo a España!
Buonas noches.
Besos para todos!!!
21:59
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (25)
| Email dit
|
Facebook
|
De Homo Floresiensis !
Vandaag hebben ze een nieuw soort mens ontdekt!
De Homo Floresiensis !
Het is een manneke van zo’n meter hoog.
Loopt op twee benen zoals wij.
Helemaal behaard.
Hij gebruikt silexwerktuigen.
En silex pijlpunten, en al.
Dit is gene zever, dit is écht waar!
Die behaarde mannekes zouden nog écht leven op Sumatra!
Is dit niet schitterend?
Een Diep Dierbaar Mensenverhaal!
Een Hoogdag voor de Wetenschap!
Mijn dag, nee mijn eeuw is goed!
Deze ontdekking zet álles op stelten wat we weten over de voorouders van de mens!
Ik zou dáár eens mee op de trein willen zitten babbelen, met zo’n Homo Floresiensis!
“Flor”, zou ik zeggen, “vertel eens over Sumatra”.
“Hoe is het daar, met die silex, in dat oerwoud?”
(wordt eventueel vervolgd, dat hangt een beetje van uw reacties af)
20:33
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (10)
| Email dit
|
Facebook
|
27-10-04
Een jonge Japanner.
Ik zat onlangs tegenover een jonge Japanner in de trein.
Een kloeke gast, het was helemaal geen zo’n klein zakjapannertje!
Ik zal meer zeggen: het was een beer van een vent.
Hij was tegen de twee meter lang!
Hij was sportief gekleed, had Nikes maat 52 aan zijn voeten en een enorme rugzak op de zetel naast hem.
Het zag er een sympathieke beer uit, dus knoopte ik een gesprek aan.
Ik haalde mijn beste Engels boven, bij gebrek aan ook maar een zinnig woord Japans om boven te halen.
Behalve een paar Japanse woorden uit oorlogsfilms ken ik geen Japans.
Je kunt moeilijk met “Banzai”, “Harakiri”, of zoiets een gesprek beginnen, hé.
“Was Brugge een beetje de moeite?”, begon ik vriendelijk, wetend dat de Japanners nogal zot zijn van Brugge.
“Brugge sucks”, was zijn antwoord.
Hij keek me grijnzend aan.
Oeps, dit gesprek nam meteen een héél andere wending!
“Tokyo, dat is pas een stad”, sprak hij in vlekkeloos Engels.
“Brugge, daar staat geen enkel gebouw dat ouder is dan duizend jaar.
In Chichibu, ten noorden van Tokyo, werden de oudste gebouwen ter wereld gevonden. Gebouwd door de Homo Erectus, vijfhonderdduizend jaar geleden.
Brugge sucks”, vervolgde hij.
“Ja, maat, dat waren wel “hutten”, hé, geen “gebouwen”, antwoordde ik gevat.
“Trouwens, de Homo Erectus kwam uit Afrika, de helft van die mannen kwamen deze richting uit en de andere helft ging jullie richting uit.
Tokyo sucks”, voegde ik er triomfantelijk aan toe.
“Dus eigenlijk”, lachte hij, “zijn wij familie!”.
Hij schudde me de hand.
“”Ichiro” is de naam”, zei hij grijnzend, “het betekent: de oudste zoon”.
“”Jacoja”, betekent: zoveel woorden in zijn hoofd”, antwoordde ik.
Zo. Heren stellen zich voor.
“Jullie voedsel sucks”, vervolgde hij.
“Pas na een week vond ik eindelijk een restaurant met Sushi.
Ik was scheel van de honger na een week.
Daar heb ik eindelijk ook wat Saké kunnen drinken”, zei hij guitig lachend.
Ha, hij was mij aan het uitdagen! Kom maar op, makker.
“Heb je maatjes gegeten?”, vroeg ik hem, langs mijn neus weg.
Hij keek me niet-begrijpend aan.
“Maatjes, dat is rauwe haring, met een Jenever erbij is dat hemels!”, riep ik.
Zo. Die zat.
“Sushi, Saké! Maatjes, Jenever, ja! We zijn hier niet in Japan, hé, maat!”, wees ik hem terecht.
Hij was er een minuutje stil van.
Ik besloot er maar nog een schepje bovenop te doen.
“Ook een zwarte gordel derde Dan zoals alle Japanners, zeker?”, vroeg ik hem.
Hij glimlachte. “Ik moet nog examen doen voor mijn tweede Dan Judo”, zei hij.
Ja, lap.
Ik besloot het wat rustiger aan te doen. Een tweede Dan Judo, je moet opletten met zo’n mannen.
“Ook een zwarte gordel derde Dan Judo zoals alle Vlamingen, zeker?”.
Hij keek me onderzoekend aan.
“Robert Van de Walle, 1980, Moskow, goud, hij leerde ons Japanners een lesje in nederigheid”, zei hij ernstig.
“Euh, ik kweek Bonsai, thuis, op ons koertje”, veranderde ik snel van onderwerp.
Subiet moest ik hem bekennen dat ik nooit verder geraakte dan een blauwe gordel!
“Bonsai sucks, Bonsai is voor mietjes!”, reageerde hij ontzet.
“Heel je leven knippen aan zo’n miezerig boompje, er zijn wel andere dingen in het leven!”, riep hij.
Dit gesprek ging hier helemaal niet de goede richting uit.
Vertwijfeld zweeg ik, koortsachtig nadenkend over mijn Cultuur.
Hij had duidelijk spijt van zijn Bonsai-opmerking.
Ook hij zat vertwijfeld te zoeken naar een leuker onderwerp uit zijn Cultuur.
“Banzai”, riep hij luid.
Ik schrok me, samen met de helft van de wagon, rot.
“Eddy Wally heet die zanger van jullie! Hij is waanzinnig populair, bij ons in Japan!”
Tevreden over zijn vondst klopte hij met zijn hand op het tafeltje.
“Eddy, Eddy, Eddy”, scandeerde hij.
Ik maakte een sussend gebaar naar de mensen in de wagon, keek Ichiro recht in de ogen en zei :
“Eddy Wally sucks.”
Hij bekeek me met afgrijzen.
Ik besloot het goed te maken.
“Kodo”, zei ik, en zijn gezicht klaarde op.
“Ken jij iets van Kodo”, vroeg hij me hoopvol.
“Yoshikazu Fujimoto, daar ben ik ongelooflijk wild van, zoals die op die gong mept,…”, antwoordde ik.
Hij vloog me in de armen.
Hij kneep me ongeveer tot moes.
Honderdentwintig kilo Japanner onverwacht op je lijf, het valt niet mee.
“Ik mag volgend jaar beginnen in de Kodo-school, bij Yoshikazu Fujimoto!”, snotterde hij.
Hij zette zich terug op zijn zetel, rechtte zijn rug en sprak : “Jacoja, de Kodo-school is de grootste eer die er bestaat in Japan”.
Ik schudde hem plechtig de hand, pakte mijn rugzak en stond op.
We waren immers in Gent aangekomen.
“Ichiro, het ga je goed. Mep er maar op los, maat, op die gong. Kom eens een keer optreden in Brugge, op het Zand, en euh, wees een Heer, Ichiro”, sprak ik hem toe.
Hij hield mijn hand stevig vast in de zijne.
Ik wees er hem op dat hij niet zo hard mocht knijpen.
“Jacoja, het ga je goed. Schrijf die woorden op, maat, die woorden in je hoofd. Kom eens een keer naar Japan, naar Kodo Village, op Sado Island en euh, wees een Heer, Jacoja”, sprak hij mij toe.
We klopten elkaar nog wat op de schouders en stonden nog wat schaapachtig te grijnzen.
De trein stond namelijk al een minuut of vijf stil, op zo’n kilometer van het station van Gent.
“Onze timing sucks”, zei Ichiro lachend.
“De timing van de Spoorwegen sucks!”, zei ik bloedserieus.
De trein kwam in beweging en even later stapte ik af op het perron.
Ichiro wuifde me na, vanuit de open deur.
Hij snoof de lucht en riep : “Gent sucks!”
Toen verdween hij, voor altijd uit mijn leven waarschijnlijk.
Of wie weet, zie ik hem nog eens terug.
Op het Zand in Brugge.
Of op Sado Island.
Wie weet.
21:58
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (11)
| Email dit
|
Facebook
|
26-10-04
Bus 9
Bus op :
trekken, duwen.
In bus :
slingeren, rond paal.
Hellen, hotsen,
knellen, kotsen.
Bus af :
vallen, moe blijven liggen.
jacoja 2004
20:57
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (16)
| Email dit
|
Facebook
|
25-10-04
Treinblues.
De trein
dat is
Dender, Dender, Dender,
weg van huis :
niet blij.
Dender, Dender,Dender,
weer terug :
blij!
Dender, Dender, Dender.
Niet blij,
blij!
Niet blij,
blij!
Dat is
de trein.
jacoja.2004
21:34
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (2)
| Email dit
|
Facebook
|
24-10-04
Slapende handen.
Ik ben een beetje ziek.
Verkouden.
Niet kunnen slapen.
Snotteren en snuiten.
Mijn vrouwtje is bezorgd.
Ze bekijkt me dan zo serieus, door haar nieuwe brilletje, ik kan daar niet goed tegen.
Ze probeert me aan het lachen te krijgen.
De lieverd.
Ze doet Silly Walks in de living.
Ik probeer nog wel te lachen, het lukt alleen niet zo bijster goed vandaag.
Een verkoudheid, tot daar.
Daarvoor moet je niet lopen zagen, ik weet het.
Dat spierprobleem is er ook weer, in mijn nek.
Dat is wat anders dan een snotneus.
Een whiplash, van twee jaar geleden al.
Eén of ander stom wijf reed toen in op mijn stilstaande wagen.
Zij aan tachtig per uur, ik aan nul per uur.
Geen remsporen.
Zo’n klap!
Dat voelt zo’n beetje alsof ze met een voorhamer tegen je kop slaan.
Normaal gebruiken ze crashdummy’s voor dit soort grappen.
Mijn auto en mijn nek waren goed voor het schroot.
De garagist takelde mijn auto op en zijn voorwielen vielen er af.
Anderhalf jaar oud was hij!
De afgelopen twee jaar heb ik helse pijn in die nek.
Elk moment van de dag, elk moment van de nacht.
Slapende, nutteloze handen.
Trillende handen. Zeer vervelend als je wil schrijven.
Soms ligt die pijn wat op de achtergrond te zeuren.
Vandaag is het weer wit, bliksemend zeer.
Pillen, spuiten, acupunctuur, osteopathie, Leffe, …
Noem het maar en ik heb het geprobeerd.
De zomer hielp : door de warmte begon het eindelijk wat te beteren.
Maar die zomers duren hier niet lang, hé!
Het afscheid nemen van de auto en het symbolisch kiezen voor het openbaar vervoer deden er ook goed aan.
“Ga zonder whiplash door het leven : neem de trein!”
Ik háát autorijden.
Al die klootzakken die zich daar elke morgen alleen in hun autootje zitten druk te maken in de file. Die daar staan te stinken dat het geen naam heeft!
Ik ga mij niet kwaad maken want dan krijg ik nog meer zeer.
Mijn vrouwtje legt wel eens een warm kersenpittenkussentje in mijn nek, dat helpt.
Of ze masseert mijn nek terwijl ik zit te schrijven.
Dat doet deugd.
Dat zijn aangename minuten.
Lachen helpt ook.
Elke morgen opstaan en jezelf dwingen tot een goed humeur.
Mijn vrouwtje probeert me een goed humeur te bezorgen.
Ze zal blijven volhouden met onnozel doen, tot ik het niet meer kan houden.
Láchen zal ik!
Daarnet was ze samen met Dreads aan het jongleren met de pannen in de keuken.
Blijf dán nog maar eens serieus!
14:12
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (3)
| Email dit
|
Facebook
|
22-10-04
Een totaal andere wereld.
Het was al een tijdje geleden dat ik het blinde meisje nog eens zag op de trein of op de bus. Vanmorgen stapte ik de wagon binnen en ze zat op de eerste rij.
Haar twee handen hoog op de lange, witte blindenstok die ze tussen haar voeten recht hield. Strak voor zich uit kijkend, naar de rug van de zetel tien centimeter voor haar neus.
Ik ging aan de overkant van het gangpad naast haar zitten.
Ik stelde mezelf netjes voor : ” Aangenaam, Jacoja is de naam, hoe gaat het met je?”
Heren stellen zich voor, dat spreekt voor zich.
Zeker aan blinde mensen : niets is zo onbeleefd als naar een blinde mens zitten kijken zonder iets te zeggen. Zij vóelen dat, hoor, dat je hen bekijkt!
Ondertussen schonk ik mezelf een lekker geurend kopje koffie in.
Natuurlijk met de nodige rituelen : een klap op het tafeltje, plechtig vastnemen, dop eraf schroeven, inschenken, tornado van koffiegeur doorheen de wagon….
De aandachtige lezer van deze blog ként die rituelen al, dus ik zal niet uitweiden daar over.
Ook het blinde meisje draaide haar neus richting mijn thermos.
“Hallo, ik ben Christine, jij bent die man die me vertelde dat het Concertgebouw in Brugge oranje is”, zei ze.
“Ik ben blij je nog eens te ontmoeten”, voegde ze er aan toe.
Ze draaide haar hoofd weer naar de rug van de zetel voor zich, zich losrukkend van de koffiegeur.
Ik liet bijna mijn thermos vallen van het verschieten : een volle maand later en ze herkende meteen mijn stem!
Ik stak zorgvuldig mijn thermos in mijn rugzak, stel je voor dat ik hem brak!
We keuvelden wat over en weer over de regen en dat soort triviale dingen.
Een Belg praat niet over “het weer”, hij praat over “de regen”.
Over “het werk” ook.
Kan het trivialer?
“Het werk”!
Ik zat wel wat te zweten toen we het over werk hadden. Ik zweet altijd als mensen praten over werk, maar gelukkig kon dit blinde meisje dat niet zien.
Ze studeert voor bibliothecaris, ze kan meteen aan de slag in zo’n braillebibliotheek na haar studies.
Mooi.
Iedereen vindt zijn weg, zo zie je maar.
Via die bibliotheek kwamen we op het onderwerp “boeken”.
Na een minuutje of tien gezellig titels van meesterwerken der literatuur opsommen en schrijvers becommentariëren kwam ik tot de vaststelling dat dit blinde meisje er meer van kende dan ik.
Miljaar, gelezen dat die had!
En dat allemaal in braille!
“Zo lezen met je vingers, gaat dat niet vreselijk traag”, vroeg ik haar.
“Dat gaat normaal gezien héél snel”,zei ze.
“Alleen die keer toen ik in mijn wijsvinger gesneden had bij het aardappelschillen was het een ramp. Ik heb toen twee weken geen boek kunnen lezen”.
Ik knikte begrijpend en begreep op hetzelfde moment dat ik fout bezig was.
Knikken naar een blinde!
Op slag begon ik te hummen. Je weet wel, dat “hummen” van Rogers, “mmmmmm” en “hmmmmmmmmm” zeggen tijdens een gesprek.
Dat was trouwens één van mijn betere vakken , het “hummen” op de Sociale School. Daar was ik érg goed in.
Ik zal die Rogers eens moeten corrigeren : van communicatie met blinden weet hij niet veel!
Dat hij dat “knikken” maar schrapt.
Plots tikte ze met haar witte stok tegen mijn voet.
“Jacoja”, zei ze plechtig, “doe je mee aan een experiment”?
“Ik doe mee aan alle experimenten, Christine, geen experiment gaat aan mij voorbij”, antwoordde ik.
“Ok”, zei ze, “sluit je ogen voor de rest van de rit”.
“Beloof me dat je ze niet meer opent tot in Brugge, vanaf nu ben je blind.”
Ik kneep mijn ogen zo dicht dat ik er duizelig van werd.
“Goed”, zei ze, “luister nu goed”.
Ik luisterde.
“Beschrijf me wat je hoort”, zei ze.
Ik luisterde ingespannen naar de geluiden van een denderende trein.
“Ik hoor de wielen over de sporen schuren, metaal op metaal.
Ik hoor om de halve minuut een bonk.
Het is een ritme, dat bonken.
Het typische treinritme.
De blues van de trein.
Ik hoor het suizen van de stalen kabels boven mijn hoofd...”, begon ik enthousiast.
Ha ja, als je aan experiment meedoet, dan mag je op zijn minst wat enthousiast zijn!
Ze lachte en ze antwoordde : “Ik bedoel niet wat je buiten hoort, dat hoort iedereen.
Jacoja, luister naar de geluiden IN de wagon!”.
Ik probeerde, maar buiten een hoestbui van een kettingroker, een paar zetels verder, hoorde ik niet veel.
Die mens hoestte!
Hij stikte bijna!
Hij rochelde, minuten aan een stuk!
Ik nam me voor meteen te stoppen met roken.
“Euh, een kuchende man”, zei ik voorzichtig, mijn ogen spastisch toeknijpend.
Je moet maar eens tien minuten écht je ogen dicht houden, dat is om zot te worden!
Ze lachte hartelijk.
Toen werd ze ernstig : “Luister, Jacoja.
Luister naar dat kind twee zetels verder.
Zo vrolijk, ’s morgens vroeg. Het is nog geen twee jaar oud, aan zijn woordjes te horen. Dat leuke brabbelen.
Luister naar de krant halfweg de wagon.
Het is een man, Jacoja.
Ik hoor dat aan het ritselen van de krant.
Vrouwen lezen hun krant op tafel of op hun schoot.
Mannen verbergen zich graag achter hun krant.
Dat ritselt anders.”
Ik hoorde een luid sissen : een deur die open gaat!
“De conducteur komt er aan”, zei ik.
Apetrots.
Ze luisterde een minuut voor ze zei : “Neen, dat is de conducteur niet.
Ten eerste : die mensen kondigen zich aan. Ze vragen luid om de tickets klaar te houden. Ik heb niets gehoord.
Ten tweede : op de komst van een conducteur volgt een salvo van rugzakken die opengeritst worden en handtassen die openklikken. Tickets,hé. Dat was niet het geval.
Dus : geen conducteur op komst.”
Shit, man, ik had even gedácht iets gehoord te hebben.
De trein vertraagde aanzienlijk.
“Waarom rijden we hier toch altijd zo traag”, zei ze.
Hier kwam mijn kans!
“Ha”, zei ik, “dat weet ik!”
“Plaag me niet”, zei ze.
“En toch weet ik het”, treiterde ik.
“Jacoja, man, zever niet”, zei ze.
“Ok. We gaan nu over een nieuwe brug over het kanaal, vlak voor het stationnetje van Landegem. Ze zijn al maanden aan het werken aan die brug. Vandaar dat we hier een heel eind traag rijden.”
Ik piepte even, ik kon het echt niet laten, tussen mijn oogleden.
Ze glimlachte, naar de rug van de zetel.
Ze straalde.
Vlug kneep ik mijn ogen weer dicht.
“Luister!”, zei ze, en ze stampte met haar blindenstok op de grond.
“Helemaal achteraan laat iemand een geruit cursusblad vallen. Het dwarrelt nu naar de grond.”
Ik stond paf.
“Grapje!”, lachte ze.
Zo luisterden we om beurten naar de gebeurtenissen tijdens een treinreis van Gent naar Brugge.
We hoorden complete gsm-gesprekken.
Een moeder belde naar haar dochter.
Een vader naar zijn moeder.
Een echtgenoot naar zijn lief.
Ja, iedereen zit daar ’s morgens naar iedereen te bellen, hé.
We gierden van het lachen om een luide boer, 4 zetels verder.
We waren ernstig en we hadden plezier.
Mijn ogen traanden : van het dichtknijpen.
Tussen Gent en Brugge was ik in een andere wereld.
Een andere en toch dezelfde.
De wereld van de geluiden.
Geen donkere wereld.
Helemaal geen donkere wereld.
Er is ook licht, maar dan in de vorm van geluid.
In Brugge stapten we af.
Ze nam mijn arm en bedankte de dame van de NMBS die haar stond op te wachten.
“Ha!, jullie gaan op zwier!”, riep ze.
Ik begeleidde het blinde meisje doorheen het station, naar de bus.
Toen we tegen het bord met de vertrektijden liepen riep ze : “Jacoja, je mag nu wél je ogen weer open doen, hé!”
Met mijn ogen open ging het een stuk beter.
Ik laveerde als een zeilschip tussen de honderden pubers en andere obstakels in het station.
“Ik word duizelig”, zei ze lachend, “kan dat niet wat trager?”
We hadden weer dezelfde bus nodig.
Ik vertelde haar weer wanneer we voorbij het Concertgebouw reden.
“Knaloranje”, voegde ik er aan toe.
Ik vertelde haar dat we het Jan Van Eyckplein naderden.
Dat je daar die bocht van negentig graden die de bus moet nemen kunt voelen.
Ze drukte me de hand bij het afscheid nemen.
“Tot nog eens, Jacoja”, zei ze.
“Dag Christine”, zei ik, “tot ziens”.
Daar heb ik de hele dag over gepiekerd : over dat tot “ziens”.
Stommerik.
23:30
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (8)
| Email dit
|
Facebook
|
Ik blijf de rest van de avond aperitieven.
21:40
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (5)
| Email dit
|
Facebook
|
17-10-04
De hoofddoekendiscussie volgens Jacoja.
Ja. Die hoofddoekendiscussie.
Dat is wat, hé
Het houdt me straf bezig, moet ik toegeven.
Onlangs zat ik op de bus tegenover een vrouw met een hoofddoek.
Nu moet ik toch echt eens iets bekennen :
dat kan zo séxy zijn, die vrouwen met die hoofddoeken!
Grote, bruine ogen, met een beetje mascara op de juiste plaatsen.
Een ovaal bruin gezicht.
Dikke, rode lippen, met een beetje lippenstift op de juiste plaatsen.
Kraaienpootjes, drie aan weerskanten van haar ogen.
En dat allemaal zo mooi omlijst, door de randen van die hoofddoek.
Zo mooi!
Zo áf!
Klasse!
Er piepte een klein krulletje zwart haar van onder de hoofddoek.
Een smet op de volmaaktheid!
Discreet en beleefd wees ik de vrouw daar op.
Met een bliksemsnel gebaar stak ze het weerbarstige lokje weer op zijn plaats.
Nu was ze écht volmaakt.
Ze keek zedig naar haar handen die op haar bovenbenen rustten.
Zwarte wimpers van hier tot ginder.
Ze droeg een lang gewaad, tot op haar enkels.
Je kon geen reepje bloot vel zien.
Nét dat is zo leuk :
dan kan je gaan fantaseren, over wat er allemaal onder dat lang kleed zit.
Mijn fantasie sloeg al snel op hol.
Daar zal ik de lezer niet mee lastigvallen.
Fantasieën zijn toch behoorlijk persoonlijke zaken.
Fantaseer zelf maar.
Dat is trouwens gezond.
Wetenschappelijk bewezen : fantaseren is gezond.
Haar blik bleef zedig op haar handen rusten tot we in Gent waren.
Zelden zo zedig gezien.
Mijn fantasie bleef op hol slaan tot we in Gent waren.
Zelden zo op hol geslagen, mijn fantasie.
Ze glimlachte haar stralend witte tanden bloot, toen ik haar liet voorgaan naar de deur.
Een Heer als ik ben.
Ik kan die Cultuur begrijpen.
Steek dat allemaal een beetje weg, zodat we met zijn allen hele dagen lopen fantaseren.
Zo’n mooi gezicht is nog véél mooier met een omlijsting, ik vind dat ook.
Goed gezien.
Dat is ook goed, hé, voor die vrouwen!
Minder snotvallingen dankzij de hoofddoek!
Mijn grootmoeder droeg dat ook : een hoofddoek.
Tegen het sinusiet!
Mijn grootmoeder was de liefste en mooiste en slimste vrouw ter wereld.
Zij zal dat dus wel geweten hebben, wat er goed was tegen het sinusiet.
Ik zal op een andere keer eens een cursiefje schrijven over mijn grootmoeder.
Hoe zij de trein nam, tijdens de oorlog.
Beloofd.
Maar één ding, hé, mannen van die andere Cultuur : VRAAG dat eerst eens aan die dames.
Je moet dat eerst vragen, hé.
Of ze dat zelf óók willen, die hoofddoek.
Niet verplichten : vrágen!
Of zijn jullie geen Heren?
22:02
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (13)
| Email dit
|
Facebook
|
14-10-04
Wat een schitterende...
Ze was waanzinnig mooi.
Ik verloor voor 1 seconde TOTAAL mijn verstand.
Ik heb dat zo afgesproken met mijn vrouwtje : ik mag zo af en toe mijn verstand verliezen, ook TOTAAL zelfs, maar nooit langer dan 1 seconde.
Als dat te lang duurt wordt dat te gevaarlijk.
Ik stond daar op de bovenste trede van de bus totaal verbijsterd te kijken naar de vrouw die bus bestuurde.
Miljaar.
Die ogen, die neus, die mond, die jukbeenderen!
Een Venus.
Ze glimlachte naar me. Ik viel bijna flauw.
Ze maakte een halve cirkel in de lucht met de lange, gelakte nagel van haar wijsvinger.
Het duurde even voor ik het begreep : ik hield mijn abonnement ondersteboven.
Schaapachtig grijnzend draaide ik het om en liep daarna door naar de eerste vrije plaats.
Naast me zat een man in een kostuum met een aktetas voortdurend op zijn uurwerk te kijken.
Hij zat te zweten van de stress.
“Wat scheelt er, maat”, dacht ik, “ligt je Audi A6 in panne en ben je zó wanhopig dat je de bus moet nemen?” “Stresskonijn!”
Hij keek nerveus naar de vrouw achter het stuur.
Ze bekeek hem vernietigend in haar spiegel.
Hij was niet onder de indruk.
Hij stond half op,stak zijn arm omhoog naar de spiegel, trok zijn mouw op, en wees nadrukkelijk op zijn uurwerk.
Hij tíkte er op, de vuile macho!
De vrouw negeerde hem.
Een wel zéér oude mevrouw probeerde buiten op de eerste trede te klimmen.
Dat mens was honderd, ik zweer het je!
Honderd vijftig!
Ze had nog een zéér heldere blik maar haar benen wilden niet meer mee.
Haar been kwam een halve centimeter per minuut naar omhoog, naar de eerste trede.
Nu moet je weten dat de bussen in Brugge uitgerust zijn met een systeem waarbij de bus naar de stoep kantelt.
Hij zakt gewoon aan een kant door zijn poten. Een technisch wonder, in mijn ogen.
Sommige chauffeurs schudden op die manier de Japanners uit hun bus op de Markt. Gewoon enkele keren snel na elkaar schudden. Ze vallen er wel uit.
Die Japanners denken toch dat het hier de gewoonte is om toeristen uit te schudden.
Nu, die stokoude dame geraakte er niet op.
Ook die verlaagde trede haalde ze niet.
Ook niet na ongeveer 5 minuten proberen.
Die yuppie naast me kreeg bijna een hartaanval.
Zijn kop was al paars.
De bestuurster zette de motor van de bus af.
De yuppie begon te snuiven als een paard.
Ze kwam van achter het stuur en stapte op de oude vrouw af.
Wat een elegantie!
Wat een schitterende heupbewegingen!
Ik kreeg hartkloppingen.
Ze hees het oude dametje de bus op, prikte eigenhandig het kaartje in de machine en kwam heupwiegend mijn kant uit.
Ze bekeek de yuppie triomfantelijk.
“Meneer, kunt u deze dame laten zitten, alstublieft”, zei ze.
De yuppie sprong recht en stormde luid tierend de bus uit.
Hij liep de hoogbejaarde vrouw bijna overhoop.
“Ik ga klacht indienen”, brieste hij.
De mooie vrouw knipoogde naar me.
Dit was me te veel.
Dit kon ik niet aan.
Ik stormde de bus uit, luid roepend : “Ik ga klacht indienen!”
Ze bekeek me geamuseerd, startte de bus en reed weg.
Ze zwaaide nog eens in het voorbijrijden.
Ik zwaaide terug en ze lachte.
Ik was al afgekoeld toen ik te voet op mijn werk aankwam.
21:45
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (3)
| Email dit
|
Facebook
|






