20-11-04
Lap! Vier minder deze keer!
Je weet wel, mijn zwarte vriend!
(Oumar, uit het cursiefje : "Weer twee minder")
Hij stond dik ingeduffeld te rillen onder het uurwerk.
“Jacoja, mijn leermeester Nederlands, mijn leraar Computer, mijn… “(hij somde op zijn Afrikaans al mijn “Titels” op, en dat duurde wel even).
“Koud, man!”, besloot hij na vijf minuten.
“Oumar, mijn andersgepigmenteerde vriend”, zei ik en ik schudde hem de hand.
Oumar bibberde.
Zijn tanden klapperden hoorbaar.
Hij was bleker dan anders.
“Allez, maat, je zal toch niet zeggen dat het koud is, zeker”, treiterde ik hem.
“Het is ocharme min één! Wat ga je dan zeggen als het min tien vriest?
Of min zeventien zoals in 1963?”
Oumar bekeek me met ogen zo groot als schoteltjes.
“Min zeventien, miljaar”, vloekte hij.
“Zo koud dat uw ballen er af vriezen”, vervolgde ik.
“Dat is toch niet waar, Jacoja?”, vroeg Oumar angstig.
Ik grijnsde.
Oumar bulderlachte.
“Ge had mij weer liggen, hé, Jacoja”, riep hij.
“Vriezen dat uw ballen er af vriezen”, zei hij hoofdschuddend.
De trein kwam aan.
Oumar rende naar binnen, zette de verwarmingsknop van de wagon in de hoogste stand en plofte zich neer.
Zijn dikke duffeljas en sjaal hield hij aan.
“Heeft ie koud misschien, dat negerke”, hoorde ik naast me.
Vier oude mannen zaten te kaarten.
“Dat hij dan ginder gebleven was, in zijn boom”, zei een andere pee.
Ze schaterden van het lachen.
Ik verstijfde.
Oumar knipoogde naar me.
“Relax, man, relax”, zei hij.
Hij vervolgde in zijn vlekkeloos Oxford-Engels : “Laat ons die truc nog eens toepassen”.
“Hoor je dat, hij spreekt natuurlijk nog geen woord Vlaams, dat manneke”, zei de eerste pee weer.
Oumar stapte op hen toe.
Hij stak zijn hand uit en stelde zich voor in vlekkeloos Nederlands.
Dat duurde wel even want hij moest al zijn titels opsommen.
Zo’n vijf minuten later was hij nog steeds de hand van een pee aan het schudden.
Hij schudde daarna iedereen de hand.
“Zo, aan het Manillen”, vroeg Oumar en hij knikte naar de kaarten op het tafeltje.
De vier mannen bekeken hem verward.
“Wat weet jij van Manillen?”, vroeg er één.
De anderen bekeken Oumar zo van : “Ja, wat weet jij van Manillen?”
Oumar zette zich neer naast de mannen en begon omstandig de geschiedenis van het Manillen op te sommen.
Hij begon met het Chinese kaartspel : wellicht het oudste.
“De Chinese kaarten schijnen in diverse richtingen geëvolueerd te zijn: zo komen de symbolen man, vis, kraai, fazant, antilope, ster, konijn en paard voor”, hoorde ik hem zeggen.
Daarna vatte hij de regels van het Manillen samen.
De oudste pee nam zijn klak af en krabde op zijn kale schedel toen Oumar de puntentelling uitlegde.
“Dat is pure theorie”, zei de oude man.
“Je mag eens mijne maat zijn”, zei hij tegen Oumar.
“Komaan jongens, we gaan er eentje Manillen met dat zwart manneke”, sprak hij tegen de anderen.
De groezelige kaarten werden gedeeld.
Ik relaxte wat en volgde het kaartspel.
Oumar en zijn maat wonnen het eerste spel.
Hij discussieerde heftig over het verloop van het spel met één van de oude mannen.
“Maar ik moest VOLGEN”, riep hij.
De oude man knikte en gaf zijn fout toe.
Gaandeweg werd de sfeer vrolijker.
Oumar en zijn maat wonnen keer op keer.
Oumar had constant alle tienen en de helft van de troef in zijn kaarten.
“Hoe is het mogelijk”, zuchtte zijn maat hoofdschuddend.
Ik was perfect op de hoogte hoe dat mogelijk was : Oumar was jaren croupier in een casino.
Ik zweeg wijselijk.
De oudste van de vier begon bijna ruzie te maken met de kaartjesknipper toen die wat te lang naar de foto op Oumar’s abonnement stond te kijken.
Vijf minuten voor we in Gent aankwamen begon Oumar afscheid te nemen.
Het was een handenschudden van jewelste.
Eén van de oude mannen trok de kraag van Oumar zijn jas wat steviger dicht.
“’t Is koud hoor, buiten, je moet je goed kleden, Oumar”, zei hij bezorgd.
“Zo koud dat uw ballen er af vriezen”, zei Oumar.
“Dat is toch niet waar, Oumar?”, vroeg de man angstig.
Oumar grijnsde.
“Je hebt me weer liggen, hé, Oumar!”, riep de oude man lachend.
We verlieten samen de trein, Oumar en ik.
De oude mannen bleven zitten.
Ze zwaaiden nog eens en begonnen toen weer hitsig te kaarten.
“Zo”, zei Oumar, “weer vier minder”.
“Ja, maat, zo gaat het vooruit”, antwoordde ik.
Beneden schudde Oumar mij ter afscheid langdurig de hand.
“Schrijf die woorden in je hoofd op, Jacoja”, zei hij ernstig, “Je zal je veel beter voelen”.
“Of schrijf eens de tekst voor een bluesnummer”, riep hij door de open deur van de tram.
“Dat lucht ook op!”
Ik knikte.
De tram vertrok.
Ik fietste gezwind naar huis.
Naar huis, naar mijn vrouwtje.
21:59 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (4) | Email dit |
Facebook |






Commentaren
Mooi geschreven, Jacoja! Bedankt! Oumar is een verstandige man.
Gepost door: lady rosita | 20-11-04
Na Flor is Oumar de verstandigste man die ik ooit tegenkwam.
En dit is geen fictie.
Oumar bestaat écht.
Gepost door: jacoja | 20-11-04
Oumar is een geboren Bannylees, but not a lot of people know that...
Sicko
Gepost door: Sicko | 21-11-04
I just love it. en das wel waar. Jacoja, ons nieuwe wapen tegen het 'Vlaams Belang'
Gepost door: yapede | 21-11-04
Post een commentaar