25-11-04
Boodschappen doen.
Daar het hevig aan het stortregenen was, namen we de tram.
Met bakken viel het water uit de lucht, het regende oude wijven.
We moesten eerst een eindje te voet naar de tramhalte.
Ik opende de voordeur en ging als eerste naar buiten.
Ik ontvouwde de paraplu en knipoogde vervolgens naar mijn vrouwtje.
Galant, een Heer als ik ben…
Ze trippelde als een dametje naar buiten : met overdreven hoge stapjes en haar beide pinken in de lucht.
Door dat het regende waren er deze keer geen senioren buiten om de show te volgen.
Dat weerhield haar niet om weer eens zwáár te overdrijven.
Als het een beetje weer is, hebben die mannen alles gezien wat er in de straat gebeurt.
Daar mag je zeker van zijn!
Als mijn vrouwtje de ramen poetst, moeten ze plots alle zestig hun auto wassen, de stoep kuisen en hun hond uitlaten.
Er was er zelfs eens één, hij DWEILDE de stoep om toch maar langer van het schouwspel te genieten!
Als ze de ramen wast, is ze niet te houden, mijn vrouwtje!
Geef haar een publiek en ze acteert!
Op muziek, hé!
Ze zet dan de boxen van onze stereo keihard en op het ritme van een opzwepende blues poetst ze de ramen.
Hoe properder mijn ramen, hoe bedampter hun ramen, als je ’t mij vraagt.
Ik ga hier niet verder over uitweiden, kwestie van de senioren onder mijn lezers te respecteren.
We wandelden gezellig onder de paraplu naar de tramhalte.
Belgen, als we zijn, werden we zo vrolijk van de kletterende regen op onze paraplu, dat we huppelden.
Wij huppelen graag, mijn vrouwtje en ik.
Den Dreads kan daar niet echt in komen, als zijn moeder en ik over straat huppelen, in zijn bijzijn.
Mijn vrouwtje zong ondertussen een liedje uit haar kindertijd.
Plezier dat wij hadden, daar in die regen!
Op de tram droeg ik voor uit eigen werk.
“Bus 9”.
’t Was wel tram 40, maar allez.
(klik hier voor het gedicht "tram 9")
Een paar moslimvrouwen zonder sluier, een paar mét sluier, een paar Afrikanen, een paar Turkse mannen én de chauffeur applaudiseerden.
Ik vond dat wel tof, dat spontaan applaus.
Ik ben ook wel een beetje ijdel, hoor, soms.
Op de Koornmarkt stapten we uit.
We zoenden eerst wel tien minuten voor we de Veldstraat introkken.
Soms worden wij zo op slag weer zo verliefd, mijn vrouwtje en ik.
Gemiddeld zo’n twaalf keer per dag.
Dan zoenen we dat de glazen in de keukenkast rinkelen.
Bij Blokker nam mijn vrouwtje alles wat er stond eens in haar handen.
Echt ALLES.
En er staat daar nogal wat, hé, mensen!
Ze werd er zo blij van, ik werd er helemaal van vertederd.
We zoenden nog tien minuten, daar, bij Blokker.
We dronken een koffie bij de Jood in de Veldstraat.
Van al dat zoenen krijg je dorst.
Het is daar altijd ambiance!
Die diensters lopen daar kriskras door elkaar, met alle soorten taarten en boterkoeken.
Die koffie is daar goddelijk!
We genoten met volle teugen, mijn vrouwtje en ik.
Van de koffie én van het heerlijke gezelschap.
Mannen, vrouwen, koppels, jong en oud, Punkers, Turken, Hippies, allemaal komen ze bij de Jood.
Na de Jood gingen we naar een gigantische winkel.
Ik ben de naam al vergeten, maar die winkel was mega-giga-terra-pica-groot!
Ik had een broek of vijf nodig.
Ja, zo ben ik, hoor!
Als er me eens één broek past, koop ik vijf identiek dezelfde.
Dan ben ik weer voor een tijdje gerust.
Na een uurtje zoeken vonden we de broeken voor mannen.
We moesten daarvoor dwars door de vrouwenafdeling.
Dat is zo opgebouwd, hé : de mannen MOETEN met hun vrouw eerst door die vrouwenafdeling.
Mijn vrouwtje nam elk kledingsstuk in haar handen.
En er hangt daar nogal wat, hé, mensen!
Ze werd er zo blij van, ik werd er helemaal van vertederd.
We zoenden nog tien minuten, daar, in die winkel.
Mijn vrouwtje kwam me helpen in het pashokje.
Dat vond ik wel gezellig.
Zo knus samen in zo’n smal pashokje…
Ik zat verschillende keren met mijn beide voeten in één broekspijp.
Eén keer viel ik zo dwars door het gordijn in de winkel.
De rij wachtenden voor de pashokjes kwam niet meer bij van het lachen.
Eindelijk vond ik een passende broek.
Mijn vrouwtje rukte in één vloeiende beweging het gordijn open.
Ik showde mijn broek aan de wachtende rij.
Goedkeurend gemompel steeg op.
Ja, ’t zijn inderdaad wel mooie broeken.
Aan de kassa verontschuldigde ik me voor de vijf identieke broeken :
“Mijn broers en ik, wij zijn een vijfling, mevrouw”.
“Ja, ja”, zei ze.
“Blij dat je er weer vanaf bent, zeker?”, vroeg ze lachend.
Terug op de Koornmarkt was er een soort concert bezig.
Op de trappen van de oude Post stond een band.
Ze speelden muziek van The Shadows.
Machtig mooi was dat!
Vier leadgitaren!
De Koornmarkt stond vol met mensen die genoten en applaudiseerden.
In de gietende regen, zonder paraplu!
Ik stond samen met mijn vrouwtje lekker knus onder onze paraplu.
Iedereen jaloers!
Na het concert namen we weer tram 40.
Ik droeg nogmaals voor uit eigen werk.
Weer “bus 9”.
Er zat niemand op de tram, dus er kwam alleen wat gebrom van de chauffeur.
“Dat vallen en moe blijven liggen vind ik wel goed”, zei hij.
We bedankten de man en verlieten de tram.
Een tram- of buschauffeur is daar altijd zeer mee gediend, dat je hem bedankt.
Een treinbestuurder ook, maar je krijgt niet altijd de kans om die gasten te bedanken.
We huppelden naar huis, onder onze paraplu, in de stromende regen
Mijn vrouwtje zong een kinderliedje, uit haar kindertijd.
We zoenden nog tien minuten vooraleer naar binnen te gaan.
De hele straat door werden gordijnen verschoven.
We sloten de voordeur.
“Nu moet ik die vijf broeken nog INLEGGEN, Jacoja”, zei mijn vrouwtje.
Ik verstijfde.
“Moet dat vandaag nog, alle vijf?”, smeekte ik.
“Neen, zot, je moet er maar eentje passen, het zijn vijf gelijke, dat duurt twee minuten!”, zei ze lachend.
Opgelucht huppelde ik naar binnen.
21:36 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |
Facebook |






Commentaren
Zoenen! Amaai Jacoja, jullie zoenen wat af. Wanneer eten jullie?
Gepost door: lady rosita | 25-11-04
Post een commentaar