30-11-04
Het was avond.
Ongeveer vijf uur.
Ik zat op de trein, richting Gent.
Moe als een hond, van het vele werken.
Zoals gewoonlijk in dit land, regende het.
Buiten was het pikkedonker.
De verwarming blies warme lucht door de wagon.
De regen tikte tegen de ramen.
De wagon was leeg.
Het was best wel gezellig.
Te meer omdat er tegenover me een mooie, jonge vrouw zat.
Ik vind dat gezellig met zo’n mooie vrouw voor me.
Voor hetzelfde geld zit er daar een zatte dakloze.
Geef toe, dat is een stuk minder gezellig.
De vrouw rook ook een stuk beter dan een zatte dakloze.
Een zatte dakloze ruikt niet fris, neem dat maar van mij aan.
Ik zal daar niet verder over uitweiden of ik word niet goed.
’t Is hier al wel, met die lumbago.
De vrouw was zo’n jaar of vijfentwintig.
Ze zag er moe uit.
Moe?
Dat meisje was úitgeput!
Ze geeuwde discreet achter haar hand.
“Van het werken?”, vroeg ik voorzichtig.
“De godganse dag lesgeven”, zei ze.
“Je wordt daar zo móe van”, antwoordde ik, één en al begrip.
Ze geeuwde weer.
Een echt diepgaand gesprek zat er niet in.
Ze was daar duidelijk te moe voor.
Ik haalde een boekje uit mijn binnenzak en begon te lezen.
“Wiskunde voor in je binnenzak”, van Albert Beutelspacher.
Waanzinnig boeiend.
De vrouw glimlachte toen ze de titel zag.
Ze lachte breed toen ik haar op de naam van de schrijver wees.
Even later leunde ze wat meer achterover.
Ze viel in slaap.
Van het ene moment op het andere!
Bam. In een diepe slaap.
Driftig bewegende ogen achter haar wimpers.
Er trok hier en daar een spiertje in haar gezicht.
“Remslaap”, concludeerde ik.
Rapid Eye Movement.
R.E.M.
Ze was nu aan het dromen dat het geen naam had.
“Droom zacht, mooie meid”, fluisterde ik.
Ik las verder in mijn boeiend boekje.
Het ging over “de Gulden Snede”.
De diagonalen van een regelmatige vijfhoek snijden elkaar op de Gulden Snede.
De architect Le Corbusier bouwde alles volgens de Gulden Snede.
Ja, die Gulden Snede, dat is wat, hé.
Je navel zit precies op de Gulden Snede.
“Bijvoorbeeld : je bent 1,80 meter lang, dan zou je navel zich op 1,80/1,618, dus op een hoogte van 1,11 meter moeten bevinden.”
Zo stond dat in dat boekje!
Snel rekende ik dat eens uit mijn hoofd na.
Ja, sorry, hé, Albert Keutelmacher, ik heb al enige ervaring met dat soort boekjes!
Al wie 1,80 meter lang is : meet het maar eens na!
Kwestie van helemaal zeker te zijn van den Alfred.
Ik nam me voor om dat thuis eens na te meten bij mijn vrouwtje.
Ik begon al te genieten op voorhand.
De vrouw zuchtte in haar slaap.
Haar hoofd viel opzij, bijna tegen het raam.
Met een ruk rechtte ze zich weer.
Ze opende even haar ogen en keek me slaperig aan.
Ze viel terstond weer in een diepe slaap.
Vertwijfeld dacht ik na.
“Dit kan niet”, besloot ik.
“Subiet bonkt dat meisje met haar schoon hoofdje tegen het raam!”
Ik nam mijn sjaal, vouwde hem op en wachtte.
Daar ging ze weer : haar hoofd begon weer naar rechts te zakken.
Op dat moment stak ik mijn sjaal tussen haar hoofd en het raam.
Ze nestelde zich behaaglijk tegen mijn sjaal aan.
Gerustgesteld las ik verder in mijn boekje.
Het volgende hoofdstuk ging over “Hoe meet je de kust van Groot-Brittannië?”
“Ja”, dacht ik, “we moeten dringend eens de kust van Groot-Brittannië meten!”
Die wiskundigen, hé!
Wie méét er nu in godsnaam een kust!
Zwemmen, zonnen, badminton spelen in monokini,… dát doe je aan de kust!
Het bleek nondedju niet gemakkelijk te zijn, zo’n kust meten.
Begin er maar eens aan, met een plooimetertje!
’t Was iets met de fractaltheorie van Mandelbrot.
Maar, ‘k zal het nog eens moeten herlezen, denk ik.
Ik werd namelijk afgeleid : de vrouw begon nu naar voor te hellen!
“Subiet stuikt ze hier met haar schoon hoofdje op de tafel”, panikeerde ik.
Vlug propte ik mijn jas tussen haar en het tafeltje.
Ze snurkte een klein beetje.
Zo liéf!
Een minuutje of vijf voor we in Gent aankwamen maakte ik haar heel voorzichtig wakker.
Je moet de mensen altijd héél voorzichtig wakker maken, vind ik.
Het is al zo’n moeilijke overgang, van slapen naar waken…
Ik heb daar elke morgen een trauma van voor de rest van de dag, van dat wakker worden.
Stilletjes begon ik voor te lezen uit mijn boekje.
“De nul is ongetwijfeld één van de geniaalste uitvindingen van de mensheid”, begon ik.
De vrouw knipperde met haar ogen.
“Vast staat dat het cijfer nul in India werd uitgevonden”, vervolgde ik iets luider.
Ze geeuwde, ongegeneerd deze keer.
Ze rekte zich uit.
“Goed geslapen?”, vroeg ik.
Verbaasd hield ze mijn sjaal voor zich.
Ik nam mijn jas van haar schoot en ze keek nog verbaasder.
Toen lachte ze.
“Dank je wel”, zei ze lief.
In Gent namen we afscheid.
We schudden elkaar de hand.
“Jacoja, met zoveel woorden in mijn hoofd”, zei ik.
“Sabine”, zei ze, “Juf Sabine”.
“Bedankt, Jacoja, voor de zachte sjaal, ik ben helemaal opgeknapt van dat dutje”.
“Daar zijn Heren voor, Juf Sabine”, antwoordde ik.
Ik fietste naar huis.
Thuis werd ik warm ontvangen door mijn vrouwtje, met een dikke knuffel.
Ik haalde mijn plooimeter.
“Ha!”, riep mijn vrouwtje verheugd, “grote werken op stapel?”
“Ja”, zei ik, “ik ga je Gulden Snede meten!”
Giechelend rende ze door het huis.
Het duurde een kwartier voor ik haar te pakken kreeg.
En nee, het klopt dus niet, die berekening.
Haar navel zit op 93,4 cm hoogte!
Dat is twee centimeter te laag!
Zie je wel : Alfred Keutel staat daar maar wat uit zijn botten te kletsen.
“Je navel zit precies op de Gulden Snede”…
Laat mij niet lachen.
Lachen doet pijn, met die lumbago!
21:28
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (7)
| Email dit
|
Facebook
|
Ik heb zo het gevoel
16:02
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (11)
| Email dit
|
Facebook
|
Het is wat wennen :
zo liggend op een bed typen.
Mijn computer staat nu naast mijn bed.
Kwestie van mij wat bezig te houden.
Met die lumbago beweeg ik niet veel meer.
Bewegen doet te veel pijn.
Misschien kan ik zo wel een cursiefje schrijven.
'k Zal straks eens proberen.
't Is in elk geval beter dan naar televisie kijken.
Wat ze daar 's morgens allemaal verkopen!
Ik zal je de details besparen, maar 't is om slecht van te worden.
Ik werd vanmorgen al twee keer opgebeld.
Ik dacht telkens dat het mijn vrouwtje was, van op haar werk, dus ik nam welgezind op.
Allez, welgezind onder deze omstandigheden.
Dat is niet echt zo welgezind als anders.
De eerste madam wou persé weten bij welke telefoonverdeler ik aangesloten ben..
Bij haar firma was het véél goedkoper.
De tweede madam wou persé weten bij welke electriciteitsverdeler ik aangesloten ben.
Bij haar firma was het ook véél goedkoper.
Ik heb die twee madammen eens uitgenodigd voor de koffie.
Dan heb ik wat gezelschap, hé!
En dan kunnen we die telefoon en die electricteit eens samen bespreken.
Zeg mensen, zo liggend typen is niet alles, hoor.
Waar ligt dat schijfje van die mannen uit Ieper, dinges, euh, L&H?
Een beetje spraaktechnologie zou in deze situatie niet mis staan!
Ik denk dat het daar in die kast ligt.
De vraag is : hoe geraak ik tot aan die kast?
10:53
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (3)
| Email dit
|
Facebook
|
28-11-04
Ik loop zo ongeveer
18:15
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (7)
| Email dit
|
Facebook
|
25-11-04
Boodschappen doen.
Daar het hevig aan het stortregenen was, namen we de tram.
Met bakken viel het water uit de lucht, het regende oude wijven.
We moesten eerst een eindje te voet naar de tramhalte.
Ik opende de voordeur en ging als eerste naar buiten.
Ik ontvouwde de paraplu en knipoogde vervolgens naar mijn vrouwtje.
Galant, een Heer als ik ben…
Ze trippelde als een dametje naar buiten : met overdreven hoge stapjes en haar beide pinken in de lucht.
Door dat het regende waren er deze keer geen senioren buiten om de show te volgen.
Dat weerhield haar niet om weer eens zwáár te overdrijven.
Als het een beetje weer is, hebben die mannen alles gezien wat er in de straat gebeurt.
Daar mag je zeker van zijn!
Als mijn vrouwtje de ramen poetst, moeten ze plots alle zestig hun auto wassen, de stoep kuisen en hun hond uitlaten.
Er was er zelfs eens één, hij DWEILDE de stoep om toch maar langer van het schouwspel te genieten!
Als ze de ramen wast, is ze niet te houden, mijn vrouwtje!
Geef haar een publiek en ze acteert!
Op muziek, hé!
Ze zet dan de boxen van onze stereo keihard en op het ritme van een opzwepende blues poetst ze de ramen.
Hoe properder mijn ramen, hoe bedampter hun ramen, als je ’t mij vraagt.
Ik ga hier niet verder over uitweiden, kwestie van de senioren onder mijn lezers te respecteren.
We wandelden gezellig onder de paraplu naar de tramhalte.
Belgen, als we zijn, werden we zo vrolijk van de kletterende regen op onze paraplu, dat we huppelden.
Wij huppelen graag, mijn vrouwtje en ik.
Den Dreads kan daar niet echt in komen, als zijn moeder en ik over straat huppelen, in zijn bijzijn.
Mijn vrouwtje zong ondertussen een liedje uit haar kindertijd.
Plezier dat wij hadden, daar in die regen!
Op de tram droeg ik voor uit eigen werk.
“Bus 9”.
’t Was wel tram 40, maar allez.
(klik hier voor het gedicht "tram 9")
Een paar moslimvrouwen zonder sluier, een paar mét sluier, een paar Afrikanen, een paar Turkse mannen én de chauffeur applaudiseerden.
Ik vond dat wel tof, dat spontaan applaus.
Ik ben ook wel een beetje ijdel, hoor, soms.
Op de Koornmarkt stapten we uit.
We zoenden eerst wel tien minuten voor we de Veldstraat introkken.
Soms worden wij zo op slag weer zo verliefd, mijn vrouwtje en ik.
Gemiddeld zo’n twaalf keer per dag.
Dan zoenen we dat de glazen in de keukenkast rinkelen.
Bij Blokker nam mijn vrouwtje alles wat er stond eens in haar handen.
Echt ALLES.
En er staat daar nogal wat, hé, mensen!
Ze werd er zo blij van, ik werd er helemaal van vertederd.
We zoenden nog tien minuten, daar, bij Blokker.
We dronken een koffie bij de Jood in de Veldstraat.
Van al dat zoenen krijg je dorst.
Het is daar altijd ambiance!
Die diensters lopen daar kriskras door elkaar, met alle soorten taarten en boterkoeken.
Die koffie is daar goddelijk!
We genoten met volle teugen, mijn vrouwtje en ik.
Van de koffie én van het heerlijke gezelschap.
Mannen, vrouwen, koppels, jong en oud, Punkers, Turken, Hippies, allemaal komen ze bij de Jood.
Na de Jood gingen we naar een gigantische winkel.
Ik ben de naam al vergeten, maar die winkel was mega-giga-terra-pica-groot!
Ik had een broek of vijf nodig.
Ja, zo ben ik, hoor!
Als er me eens één broek past, koop ik vijf identiek dezelfde.
Dan ben ik weer voor een tijdje gerust.
Na een uurtje zoeken vonden we de broeken voor mannen.
We moesten daarvoor dwars door de vrouwenafdeling.
Dat is zo opgebouwd, hé : de mannen MOETEN met hun vrouw eerst door die vrouwenafdeling.
Mijn vrouwtje nam elk kledingsstuk in haar handen.
En er hangt daar nogal wat, hé, mensen!
Ze werd er zo blij van, ik werd er helemaal van vertederd.
We zoenden nog tien minuten, daar, in die winkel.
Mijn vrouwtje kwam me helpen in het pashokje.
Dat vond ik wel gezellig.
Zo knus samen in zo’n smal pashokje…
Ik zat verschillende keren met mijn beide voeten in één broekspijp.
Eén keer viel ik zo dwars door het gordijn in de winkel.
De rij wachtenden voor de pashokjes kwam niet meer bij van het lachen.
Eindelijk vond ik een passende broek.
Mijn vrouwtje rukte in één vloeiende beweging het gordijn open.
Ik showde mijn broek aan de wachtende rij.
Goedkeurend gemompel steeg op.
Ja, ’t zijn inderdaad wel mooie broeken.
Aan de kassa verontschuldigde ik me voor de vijf identieke broeken :
“Mijn broers en ik, wij zijn een vijfling, mevrouw”.
“Ja, ja”, zei ze.
“Blij dat je er weer vanaf bent, zeker?”, vroeg ze lachend.
Terug op de Koornmarkt was er een soort concert bezig.
Op de trappen van de oude Post stond een band.
Ze speelden muziek van The Shadows.
Machtig mooi was dat!
Vier leadgitaren!
De Koornmarkt stond vol met mensen die genoten en applaudiseerden.
In de gietende regen, zonder paraplu!
Ik stond samen met mijn vrouwtje lekker knus onder onze paraplu.
Iedereen jaloers!
Na het concert namen we weer tram 40.
Ik droeg nogmaals voor uit eigen werk.
Weer “bus 9”.
Er zat niemand op de tram, dus er kwam alleen wat gebrom van de chauffeur.
“Dat vallen en moe blijven liggen vind ik wel goed”, zei hij.
We bedankten de man en verlieten de tram.
Een tram- of buschauffeur is daar altijd zeer mee gediend, dat je hem bedankt.
Een treinbestuurder ook, maar je krijgt niet altijd de kans om die gasten te bedanken.
We huppelden naar huis, onder onze paraplu, in de stromende regen
Mijn vrouwtje zong een kinderliedje, uit haar kindertijd.
We zoenden nog tien minuten vooraleer naar binnen te gaan.
De hele straat door werden gordijnen verschoven.
We sloten de voordeur.
“Nu moet ik die vijf broeken nog INLEGGEN, Jacoja”, zei mijn vrouwtje.
Ik verstijfde.
“Moet dat vandaag nog, alle vijf?”, smeekte ik.
“Neen, zot, je moet er maar eentje passen, het zijn vijf gelijke, dat duurt twee minuten!”, zei ze lachend.
Opgelucht huppelde ik naar binnen.
21:36
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
|
Facebook
|
Ik zal er vanavond
eens een lap op geven, op dat klavier.
Als je wat wilt supporteren : hier onder, post een reactie!
Ik heb dat graag, reacties.
Euh, het vorige record was 25.
Breken, dat record!
Waar zijn records anders voor?
Allez, geef er ook een lap op!
Proficiat!
Het record is verpulverd!
Dank u, getrouwen!
Ik zal eens aan Skynet voorstellen om een lijstje "record reacties aller tijden" te maken in die top 10.
Ik zal daar eens voor mailen naar Barbara van Skynet.
Laatst kon niemand nog zijn personalisering veranderen, weet je nog?
Voor 5 dagen!
Ik heb toen ook gemaild naar Barbara en dat was subiet in orde!
Als jullie een probleem hebben : mail eens naar Barbara!
'k Zal eens haar adres geven, zie :
Barbara Dessers
contactnl@team.skynet.be
Skynet Customer Care Service
Carlistraat 2
1140 Brussel
Stuur haar maar eens een mail!
Met de groeten van Jacoja, hé!
"Den dezen met zoveel woorden in zijn hoofd", zal ze zeggen.
p.s. : cursiefje bijna klaar
't is over "boodschappen doen, met mijn vrouwtje"!
17:12
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (60)
| Email dit
|
Facebook
|
24-11-04
Ik ben niet veel
van zegs, vandaag.
11:17
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (11)
| Email dit
|
Facebook
|
21-11-04
Een slome ochtend…
Ik stond onlangs ’s morgens vroeg op het perron te wachten in Gent.
Ik was de sloomheid zelve.
Ja, wat wil je?
Als ik daar op dat perron sta te wachten, dan is dat om te gaan werken, hé!
Dan staat een mens daar niet te springen van jolijt, nee.
Oumar, mijn andersgepigmenteerde vriend, kwam bij me staan.
Hij moest ook gaan werken in Brugge, vandaar.
Vrolijk sloeg hij me op mijn schouder.
“Ha, Jacoja! Goed geslapen? Hoe is het met je vrouwtje?”, riep hij.
“’s Morgens vroeg moet je niet té vrolijk doen, Oumar, ik kan daar nog niet goed tegen”, bromde ik.
Een gast van een jaar of dertig kwam naar ons toe gemarcheerd.
Hij droeg een grijze uniformjas en hij had een raar petje op zijn hoofd.
Dat manneke liep in een korte, zwarte broek, in dit weer!
Hij had zware, zwarte combats aan zijn voeten.
Overal op zijn uniform leeuwen en hakenkruisen.
Hij wandelde niet zoals de andere mensen op het perron : hij marcheerde.
Zijn armen en benen gestrekt, zijn handen tot op schouderhoogte, zijn blik starend recht vooruit.
Ik werd op slag nog slomer.
Dergelijke parades op mijn nuchtere maag zijn niet bevorderlijk voor mijn ochtendhumeur.
Oumar siste : “Dat wordt geen gemakkelijke”.
“Zo een arische klootzak, daar moet je niet aan beginnen, Oumar, dat is hopeloos”, antwoordde ik.
“Mijn grootvader, Oumar, die knipte elke dag vier zo’n ariërs, vóór zijn ontbijt,”, stoefte ik.
“Hij was vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog in het verzet, de Witte Brigade, mijn grootvader.
Dankzij de zware offers van die mens zijn wij nu Vrije Mensen, Oumar!”, filosofeerde ik.
“El Alamein, 1942”, antwoordde Oumar.
Ik keek hem vragend aan.
“De woestijnoorlog, mijn grootvader gaf daar aan de zijde van de Britten Rommel op zijn bakkes”, stoefte Oumar.
“Mijn grootvader knipte elke dag vier tanks, vóór zijn ontbijt,”, vervolgde hij.
“’t Is al goed, wat gaan we met dat fascistje doen?”, vroeg ik.
“Cordon Sanitaire of Cordon Bleu?”, vroeg Oumar.
“Mmm,…” twijfelde ik.
“’t Is nog vroeg in de ochtend, hé, voor een Cordon Bleu…”, twijfelde ik.
Ondertussen imponeerde de fascist de mensen op het perron door stram heen en weer te marcheren.
’t Was proper, in zijn korte broek, met zijn bottines!
“Cordon bleu, voor een keer dat we er eens één alleen treffen”, besliste ik.
“Wél zorgen dat we onze trein niet missen, Jacoja”, zei Oumar.
We begaven ons voorzichtig en onopvallend richting fascist.
De trein kwam er al aan.
Oumar marcheerde links van de fascist, ik aan de rechterkant.
Onze benen en armen exact even hoog als die van de fascist.
We dwongen hem marcherend richting roltrap.
Dat is het voordeel van die mannen : geef ze wat leiding en ze volgen je.
Net voor de roltrap probeerde hij nog vertwijfeld van richting te veranderen.
Zowaar bijna insubordinatie!
Er was echter geen ontkomen aan, we dirigeerden hem naar de roltrap.
Vlak voor de roltrap draaide hij zich om en keek ons woedend aan.
Oumar gooide hem een zoentje.
Ik zette mijn voet achter zijn been en Oumar duwde met zijn wijsvinger tegen zijn neus.
We hoorden hem de roltrap afdonderen terwijl we naar de trein liepen.
“Witte Brigade – Bruin! : 1 – 0”, riep Oumar triomfantelijk.
“Bleu zal hij wel zijn, morgen, op diverse plaatsen!”, antwoordde ik.
Mijn humeur was een stuk beter toen ik op mijn werk kwam.
Ja, ’t zit in onze genen, hé, bij Oumar en ik!
21:55
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (12)
| Email dit
|
Facebook
|
20-11-04
Lap! Vier minder deze keer!
Je weet wel, mijn zwarte vriend!
(Oumar, uit het cursiefje : "Weer twee minder")
Hij stond dik ingeduffeld te rillen onder het uurwerk.
“Jacoja, mijn leermeester Nederlands, mijn leraar Computer, mijn… “(hij somde op zijn Afrikaans al mijn “Titels” op, en dat duurde wel even).
“Koud, man!”, besloot hij na vijf minuten.
“Oumar, mijn andersgepigmenteerde vriend”, zei ik en ik schudde hem de hand.
Oumar bibberde.
Zijn tanden klapperden hoorbaar.
Hij was bleker dan anders.
“Allez, maat, je zal toch niet zeggen dat het koud is, zeker”, treiterde ik hem.
“Het is ocharme min één! Wat ga je dan zeggen als het min tien vriest?
Of min zeventien zoals in 1963?”
Oumar bekeek me met ogen zo groot als schoteltjes.
“Min zeventien, miljaar”, vloekte hij.
“Zo koud dat uw ballen er af vriezen”, vervolgde ik.
“Dat is toch niet waar, Jacoja?”, vroeg Oumar angstig.
Ik grijnsde.
Oumar bulderlachte.
“Ge had mij weer liggen, hé, Jacoja”, riep hij.
“Vriezen dat uw ballen er af vriezen”, zei hij hoofdschuddend.
De trein kwam aan.
Oumar rende naar binnen, zette de verwarmingsknop van de wagon in de hoogste stand en plofte zich neer.
Zijn dikke duffeljas en sjaal hield hij aan.
“Heeft ie koud misschien, dat negerke”, hoorde ik naast me.
Vier oude mannen zaten te kaarten.
“Dat hij dan ginder gebleven was, in zijn boom”, zei een andere pee.
Ze schaterden van het lachen.
Ik verstijfde.
Oumar knipoogde naar me.
“Relax, man, relax”, zei hij.
Hij vervolgde in zijn vlekkeloos Oxford-Engels : “Laat ons die truc nog eens toepassen”.
“Hoor je dat, hij spreekt natuurlijk nog geen woord Vlaams, dat manneke”, zei de eerste pee weer.
Oumar stapte op hen toe.
Hij stak zijn hand uit en stelde zich voor in vlekkeloos Nederlands.
Dat duurde wel even want hij moest al zijn titels opsommen.
Zo’n vijf minuten later was hij nog steeds de hand van een pee aan het schudden.
Hij schudde daarna iedereen de hand.
“Zo, aan het Manillen”, vroeg Oumar en hij knikte naar de kaarten op het tafeltje.
De vier mannen bekeken hem verward.
“Wat weet jij van Manillen?”, vroeg er één.
De anderen bekeken Oumar zo van : “Ja, wat weet jij van Manillen?”
Oumar zette zich neer naast de mannen en begon omstandig de geschiedenis van het Manillen op te sommen.
Hij begon met het Chinese kaartspel : wellicht het oudste.
“De Chinese kaarten schijnen in diverse richtingen geëvolueerd te zijn: zo komen de symbolen man, vis, kraai, fazant, antilope, ster, konijn en paard voor”, hoorde ik hem zeggen.
Daarna vatte hij de regels van het Manillen samen.
De oudste pee nam zijn klak af en krabde op zijn kale schedel toen Oumar de puntentelling uitlegde.
“Dat is pure theorie”, zei de oude man.
“Je mag eens mijne maat zijn”, zei hij tegen Oumar.
“Komaan jongens, we gaan er eentje Manillen met dat zwart manneke”, sprak hij tegen de anderen.
De groezelige kaarten werden gedeeld.
Ik relaxte wat en volgde het kaartspel.
Oumar en zijn maat wonnen het eerste spel.
Hij discussieerde heftig over het verloop van het spel met één van de oude mannen.
“Maar ik moest VOLGEN”, riep hij.
De oude man knikte en gaf zijn fout toe.
Gaandeweg werd de sfeer vrolijker.
Oumar en zijn maat wonnen keer op keer.
Oumar had constant alle tienen en de helft van de troef in zijn kaarten.
“Hoe is het mogelijk”, zuchtte zijn maat hoofdschuddend.
Ik was perfect op de hoogte hoe dat mogelijk was : Oumar was jaren croupier in een casino.
Ik zweeg wijselijk.
De oudste van de vier begon bijna ruzie te maken met de kaartjesknipper toen die wat te lang naar de foto op Oumar’s abonnement stond te kijken.
Vijf minuten voor we in Gent aankwamen begon Oumar afscheid te nemen.
Het was een handenschudden van jewelste.
Eén van de oude mannen trok de kraag van Oumar zijn jas wat steviger dicht.
“’t Is koud hoor, buiten, je moet je goed kleden, Oumar”, zei hij bezorgd.
“Zo koud dat uw ballen er af vriezen”, zei Oumar.
“Dat is toch niet waar, Oumar?”, vroeg de man angstig.
Oumar grijnsde.
“Je hebt me weer liggen, hé, Oumar!”, riep de oude man lachend.
We verlieten samen de trein, Oumar en ik.
De oude mannen bleven zitten.
Ze zwaaiden nog eens en begonnen toen weer hitsig te kaarten.
“Zo”, zei Oumar, “weer vier minder”.
“Ja, maat, zo gaat het vooruit”, antwoordde ik.
Beneden schudde Oumar mij ter afscheid langdurig de hand.
“Schrijf die woorden in je hoofd op, Jacoja”, zei hij ernstig, “Je zal je veel beter voelen”.
“Of schrijf eens de tekst voor een bluesnummer”, riep hij door de open deur van de tram.
“Dat lucht ook op!”
Ik knikte.
De tram vertrok.
Ik fietste gezwind naar huis.
Naar huis, naar mijn vrouwtje.
21:59
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (4)
| Email dit
|
Facebook
|
En?
18:19
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (25)
| Email dit
|
Facebook
|








