31-12-04

Jacoja wenst jullie een goed jaar.

Een goed jaar,

dat is

 

vluchtig,

het aroma van een onbekende bloem,

 

heel even,

meevliegen, een vogel in een zwerm,

 

een ogenblik,

respect van je kind,

 

elke dag,

tevredenheid in de ogen van je lief.

 

Dat, is

een goed jaar.

 

Gelukkig nieuwjaar.

 

Jacoja 2004


16:28 Gepost door jacoja Permalink | Commentaren (10) | Email dit |  Facebook |

28-12-04

Zeeland

Ik zal hier af en toe eens een verhaal moeten schrijven waar noch een trein, noch een tram, noch een bus in voorkomt.

Dat heb je met die ruglijders : ze zijn zo weinig mobiel, meneer.

Of mevrouw. Of mejuffer. Of … weet ik eigenlijk veel wie die twee lezers zijn die dat hier allemaal lezen!

Door die hernia ben ik momenteel zo weinig mobiel dat ik ongeveer vergeten ben hoe een trein er uit ziet.

Laat staan dat ik op een trein nog inspiratie zou opdoen…

 

Maar goed.

Het geheugen van een mens is een boek met vele bladzijden.

Mijn geheugenboek kent enige door mentale muizen aangevreten bladzijden, maar ik herinner me het meeste van na de oorlog nog.

De Golfoorlog, wel te verstaan. De twééde Golfoorlog.

 

Zo waren mijn vrouwtje en ik, samen met Den Dreads en Genius, deze zomer op een camping in Zeeland. Genius is de maat van Den Dreads.

Ook een toffe knul, Genius. Ik heb hem daar op die camping leren  pokeren.

Die gast speelt nu iedereen van zijn sokken.

Ja, Genius zal het nog ver schoppen met dat pokeren.

 

Dju, wat was ik daar gelukkig, op die camping in Arnemuiden.

Leven als god in Frankrijk, maar dan in Holland.

Prachtig weer, lange fietstochten, geen rugpijn, zwemmen in het Veerse Meer, mijn vrouwtje dicht bij me…

Een gastvrij volkje, die Zeeuwen.

Wat moet een mens meer hebben?

 

We bezochten ook eens een stadje hier en daar.

Veere, Arnemuiden, Goes, Middelburg,…

Stadjes genoeg, om te bezoeken, daar in Zeeland!

Lekker kneuterige Hollandse stadjes, mmmmm…

 

Ons favoriete kneuterige stadje was Middelburg.

Mijn vrouwtje en ik huppelden daar door de straten, zo plezant was dat daar.

 

(Mijn vrouwtje en ik huppelen graag, maar dat wist de Trouwe Lezer al uit vorige cursiefjes. Mocht je hier fronsend denken : “huppelen?”, dan kan je alsnog een Trouwe Lezer worden! Trek eens een weekje uit en lees de rest van mijn cursiefjes! Simpel, hé, een Trouwe Lezer worden? Ik heb al twee Trouwe Lezers, dus een derde kan er altijd bij, zou ik zo zeggen. Hoe meer zielen hoe meer vreugd!)

 

Je moest er wel wat uitkijken, bij het huppelen, want voor je het wist lag je onder een fiets.

Ja, het centrum van Middelburg is verkeersvrij.

Je denkt dus : “Ha, geen auto’s, we kunnen hier a volonté huppelen door het centrum”.

Vergeet het.

Fietsen!

Die Hollanders vlamden daar aan dertig per uur door de verkeersvrije straten.

Ze kwamen van overal, ze ontzagen niets of niemand.

Oude vrouwtjes werden overhoop gereden, moeders met kinderwagens verhakkeld, terrassen op de markt  werden in spaanders gereden!

Verkeersvrij, mijn voeten!

Bike-mageddon!

 

Op een welbepaalde dag reden mijn vrouwtje en ik met ons grasgroen Saxootje naar Middelburg om inkopen te doen.

We lieten Den Dreads en Genius op de camping.

Ze stonden daar de hele dag op en neer te springen op de trampoline.

Dat was hun favoriete tijdverdrijf.

Die jonge gasten, hé.

 

Langs de ring reden we aan dertig per uur, zoals gewoonlijk.

Kwestie van geen snelheidsboetes te krijgen.

De fietsers zoefden ons langs alle kanten voorbij.

 

“Ha”, zei mijn vrouwtje, “daar is een Lidl”!

Ik stopte met gierende remmen.

Alhoewel, dat klopt hier niet echt, “met gierende remmen”

Ik reed immers maar dertig, hoe kunnen mijn remmen dan gieren?

Ik stopte dus met zacht kreunende remmen.

Ik stapte uit.

Ik hield een hand horizontaal boven mijn ogen, systematisch de horizon afspeurend naar een Lidl.

Ja, als je een hand verticaal boven je ogen houdt dan ben je een Boeddhist.

Of doen die dat met twee handen?

Soit.

 

Er vormde zich een file achter ons grasgroen Saxootje maar dat kon mij niet schelen.

Dat kon hén ook niet schelen, Hollanders zijn het gewend om in de file te staan.

Ze begonnen op slag allemaal hun krant te lezen.

 

Ik stond daar een kwartiertje te speuren.

Alle Hollanders achter ons grasgroen Saxootje hadden hun motor al afgezet.

Langs weerszijden van de file zoefden duizenden fietsers.

Ze slalomden tussen de auto’s door.

Dat was daar een slalommen van jewelste!

 

Toen zag ik het!

Inderdaad een bordje met “Lidl” er op!

“Je hebt gelijk, vrouwtje, zoals gewoonlijk”, zei ik bukkend.

Ja, zo’n grasgroen Saxootje, dat is niet hoog, hé.

Vandaar het bukken.

’t Is geen vier maal vier, hé!

 

Ik stapte gezwind weer in en we reden naar de Lidl.

De Hollanders in de file vouwden hun kranten en volgden ons.

Vlak onder het bord van de Lidl hing een blauw bord met een grote “P”  en een witte pijl naar rechts op.

“Ze hebben zelfs een parking”, juichte mijn vrouwtje.

 

We parkeerden netjes.

De Hollanders reden door.

We deden onze inkopen.

Wat we daar kochten zijn eigenlijk uw zaken niet.

(privacy!)

 

Ik werd weer eens bijna buitengesmeten.

Ja, geef mij een winkelkarretje en ik kan mij niet bedwingen.

Ik neem een aanloop, spring vanachter op dat karretje en ik knal, luid “Jiehaaaaaaaaaaaa” roepend, door een stapel conserven.

Ik kan dat dus niet laten, echt niet.

De manager zei “Meneer, je mot niet kommen ouwehoeren in mijn sjop, ik lazer u meteen een gracht in, joch!”

Mijn vrouwtje stelde de manager gerust (“rustig, Kees, rustig”, zoals men een paard kalmeert) en zei dat ik het altijd weer opruim ook.

De manager verdween onder het mompelen van : “Is ie nou helemaal mesjogge”.

 

Een uurtje later had ik alle conservenblikken weer keurig terug gezet.

We keerden met de boodschappen terug naar ons grasgroen Saxootje dat daar zo schoon geparkeerd stond op de parking.

 

Ik reed de ring weer op, richting Arnemuiden.

“Jacoja, zit daar iets onder onze ruitenwisser?”, vroeg mijn vrouwtje.

Ik stopte met gie.., kreunende remmen.

Ik stapte uit.

De file Hollanders achter ons grasgroen Saxootje zuchtten en vouwden hun kranten weer open.

 

Het was een klein briefje van de “Dienst Concernondersteuning, Afdeling Planning en Control.”

“Asjemenou”, dacht ik, “wat heb ik nou aan mijn boot hangen!”

Ja, na twee weken in Zeeland denk ik al een aardig woordje Hollands.

Ik las het briefje en begon daarna met mijn hoofd op de motorkap te bonken.

 

De Hollanders in de file stapten uit en kwamen in grote getale rondom ons grasgroen Saxootje staan kijken.

Ik bonkte rustig verder.

Ja, ik zal een beetje stoppen met bonken wegens een paar Hollanders.

Mijn vrouwtje stapte uit en vroeg : “Wat scheelt er, Jacoja?”

 

“46, 53 euro parkeerboete”, riep ik, ondertussen verder bonkend met mijn hoofd op de motorkap.

Na een minuut of vijf stopte ik maar met bonken, dat is niet zo goed voor de motorkap van ons grasgroen Saxootje.

“Komma 53, hé”, schreeuwde ik naar de menigte Hollanders.

“Geen 50 euro, geen 47 euro, nee, 46 komma 53 euro! Bende kneuterige kommaneukers!”

 

De menigte week achteruit bij zoveel verbaal geweld.

 

Ik stapte in en scheurde weg, dwars door de bende Hollanders.

Ons grasgroen Saxootje haalt 150 per uur in 10 seconden, als het nodig is.

Mijn vrouwtje stak haar vuist op en riep : “Hartstikke bedankt, stelletje vunzige …”

De rest van haar woorden ging verloren in het geweldige lawaai van onze optrekkende Saxo.

 

Tegen dat we op de camping waren, lachten we al weer.

“Mijn grootvader zei altijd : Als je van een Hollander niet gekloot bent, ’t is teken dat hij het vergeten is”, besloot ik het incident.

Den Dreads en Genius stonden zoals gewoonlijk te jumpen op de trampo.

 

Onze vakantie verliep verder rustig. Geen noemenswaardige incidenten meer, behalve die keer toen Yapede met zijn moto op bezoek kwam en ladderzat zijn helm naar een Hollander smeet omdat die hem “Jochie” had genoemd.

(mijne maat, Yapede,  http://yapede.skynetblogs.be)

 

 

 

Eénmaal thuisgekomen, vonden we een brief van de gemeente Middelburg in onze bus.

Dat we dertig dagen hadden om die 46 komma 53 euro te storten op een rekening van de Banc of America, in Antwerpen.

 

Ik kroop in mijn pen.

Je kent me, hé.

In zo’n gevallen kruip ik gewoon in mijn pen.

 

“Beste Dienst Concernondersteuning,

nou mot je es effe luisteren, jochies.

Bij ons hier in Gent moet je niet betalen om bij de Lidl te parkeren.

Bij ons hier in Gent verwittigen ze de mensen wanneer ze ergens moeten betalen om te parkeren.

Jullie kunnen ouwehoeren zoveel als jullie willen, ik ben om de sodemieter niet van plan om jullie lullige parkeerbon te betalen.

Ajuu,

Jacoja”

 

Voila.

Schoon gezegd, hé?

 

Gisteren kreeg ik een brief terug.

Een zéér officiële brief, getikt op een typmachine.

Wat zeg ik, een typmachine?

Een Remmington van net voor de oorlog, verdomme.

De Eerste Wereldoorlog, wel te verstaan.

Eén of andere klojo van de Dienst Concernondersteuning heeft er dan nog met een blauwe stempel de datum op geklopt.

Napoleon is daar nog, in Zeeland!

 

Die members beginnen niet beleefd met “Geachte heer Jacoja,”.

 

Nee, ze beginnen zo :

“De heffingsambtenaar,

gezien het bovengenoemde bezwaarschrift, binnengekomen 10 november 2004, tegen de aanslag Parkeerbelasting 2004, gedagtekend 27-7-2004 met aanslagnummer 1183876;

overwegende,

dat het bezwaar is binnen gekomen binnen de wettelijke termijn van zes weken, zodat gesteld kan worden dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend…………;”

 

Zo een hoop geleuter, overwegende dit en overwegende dat, twee bladzijden aan een stuk.

Achteraan in grote letters : “BESLUIT”.

“…het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en de aanslag te handhaven….”

 

Ik klom in mijn pen en schreef subiet een briefje terug :

 

“Beste heffingsambtenaar,

ik zou maar opletten met al dat heffen, als ik u was. Gelukkig ben ik u niet.

Je krijgt daar namelijk een hernia van en ik kan daar van mee spreken, van hernia’s.

Overwegende

wat mijn grootvader altijd zei over Hollanders,

dat mijn vrouwtje bang is van rechters en al,

….

BESLUIT

Ik zal uw rottige 46,53 euro op de rekening van uw Bank of America in Antwerpen storten.

Ik zal voor, laat ons zeggen een jaartje of tien, een ander gastvrij land opzoeken om op vakantie te gaan.

Dat je mij nog ziet in Middelburg : aan me hoela!

Doei!

Jacoja”

 

Dat ik via netbanking 4653 centen cent per cent zal overschrijven, heb ik er niet bij verteld.

Ze zullen dat wel merken.


16:58 Gepost door jacoja Permalink | Commentaren (7) | Email dit |  Facebook |

Hm.

Een wijnstok draagt 3 trossen: de eerste van genot, de tweede van dronkenschap, de derde van berouw.Anacharsis

09:15 Gepost door jacoja Permalink | Commentaren (13) | Email dit |  Facebook |

24-12-04

Het waar gebeurde kerstverhaal van Jacoja.

Ik moet hier nondedju een kerstverhaal schrijven want ’t is morgen kerstdag .

Ik schrijf niet graag kerstverhalen.

Ik lees ook niet graag kerstverhalen want kerstverhalen werken op mijn gemoed.

Neem nu het kerstverhaal van Luc De Vos, vandaag in De Morgen.

Schoon, mensen, schoon!

’t Is niet menselijk, hoe schoon.

Toen ik het las begon ik op slag te janken.

Dat is nu het probleem bij mij met kerstverhalen : ik ben daar zo van onder de indruk dat ik begin te janken.

Elke keer weer.

En nu moet ik er zelf één schrijven.

Nondedju toch.

 

Maar goed.

Een kerstverhaal.

’t Is van moeten.

Ik legde al een pak zakdoeken klaar, voor het geval dat.

Snif.

 

Ik zal jullie een kerstverhaal vertellen dat écht gebeurd is.

Het is een zeer persoonlijk verhaal, dus vertel het niet aan iedereen door, hé?

Mijn privacy, weet je wel.

 

Drie jaar geleden was ik al een jaar gescheiden.

Ja, sorry, hé mensen, ik ben gescheiden.

Het ging niet meer.

Ik zal daar verder niet veel over vertellen of ik begin al te janken.

Snif.

 

Na die scheiding ging het pas helemaal niet meer.

Ik zoop bákken Leffe, ik modderde maar wat aan.

Ik zat nachten op café, te staren naar mijn glas.

Ik moest vaak de muren van de huizen vasthouden om weer thuis te geraken.

Vijftien kilo vermagerd, nooit meer fris.

Ik werd een schaduw van mezelf.

Snif. Snif.

 

Ik had een halve relatie met een vrouw uit O.

Zoals vaak gebeurt met de eerste relaties na een scheiding was dat een ramp.

Ik zakte er nog dieper door in de shit.

Telkens ik een goot passeerde werd ik er naar toe gezogen.

Ik heb dat meisje daar al lang voor vergeven, ze kon zij daar ook niet aan doen.

Mijn kop was ziek.

In die tijd tuimelden de woorden in een chaos door mijn hoofd.

 

Ik was veel alleen.

Alleen slapen, alleen ontbijten, alleen in de zetel zitten, …

Alleen is maar alleen is maar alleen is maar alleen.

Ik werd er nog zotter van.

Nog zatter ook.

Met groeiende paniekgevoelens zag ik het einde van het jaar naderen.

Op de koop toe reed ik mijn twee jaar oude wagen finaal in de prak.

Een ijsplek op de weg, zoef, de gracht in.

 

Kerstdag, nieuwjaar, miljaar.

Breng die dagen maar eens alleen door.

Nu ben ik dus écht aan het janken, hé!

 

Een week voor kerstdag liep ik langs straat te sloffen.

Zoals gewoonlijk in die tijd met een kater van hier tot ginder.

Mijn Nokia rinkelde.

“Wat nu weer?”, dacht ik en ik nam op.

 

Het was G., een vriendin uit mijn jonge jaren.

Ik had een paar maanden geleden opgevangen dat ook zij gescheiden was.

 “Jacoja, ben jij al van straat op kerstavond?”, vroeg ze, meteen met de deur in huis vallend.

“Nee G.!”, riep ik enthousiast.

Een paar mensen keken me raar aan.

Ik stak boosaardig grijnzend mijn middelvinger op naar hen.

Ja, ik was een beetje uit mijn lood in die dagen.

Ik was bijlange niet zo positief als ik nu ben.

 

We spraken af op kerstavond, om zeven uur, in mijn krot van een huurhuis.

G. zou wel iets meebrengen om te eten.

Ik zorgde voor de drank.

Na dit afspraakje huppelde ik naar mijn werk.

Gelukkig dat ik was!

 

De drie dagen voor kerstavond bleef ik nuchter.

Ik poetste mijn huis.

Ik schilderde een deur.

Ik builde mijn wrak van een auto uit.

Ik schoor me weer.

Ik liep fluitend langs de straten.

Gezind als een haas!

Niets te sniffen meer!

 

Kerstavond, om zeven uur, rinkelde mijn Nokia.

Het was G.

Ze stond op de markt in een telefoonhokje.

Ze was de weg kwijt.

Ik legde haar uit hoe ze bij mij kon geraken en tien minuten later stond ze aan mijn deur.

 

Ze had paling in het groen gekookt.

We dronken een fles champagne.

We vertelden heel ons leven.

Over gemiste kansen, over hartenpijn.

We weenden als kleine kinderen.

We lachten als twee zotten.

We kwebbelden tot een gat in de nacht.

 

Ik werd niet verliefd, nee.

Dat stadium sloeg ik over.

Het had te veel zeer gedaan de vorige keer.

Ik hield op slag zielsveel van haar.

Met heel mijn hart.

Dat is nog wat anders dan verliefd zijn.

 

Pas een jaar later werd ik tot over mijn oren verliefd op haar.

En dan ben ik nu nog.

Meer en meer.

Waar gaat dat eindigen?

 

Vanavond eten we paling in het groen.

Vanavond drinken we champagne.

We doen dat nu al drie jaar op kerstavond.

Wij lekker met ons tweetjes.

Mijn lieve, lieve vrouwtje en ik.

 

Snif. Snotter. Snif.


20:29 Gepost door jacoja Permalink | Commentaren (8) | Email dit |  Facebook |

23-12-04

Slot (voor vandaag)

“’t Is goed, lieverd, maar wel voorzichtig zijn met mijn rug, hé”, besloot ik.

Ik pakte mijn fiets en reed naar huis.

Ik zwaaide nog eens naar Sleipnir, het mooiste paard van de wereld.

Ik knalde bijna met mijn kop tegen een boom.

Ja, je moet maar eens proberen te zwaaien naar een paard áchter je, als je aan het fietsen bent! 

 

 

Noot van de redactie : Sleipnir woont momenteel écht in het bos van de Ossenmeersen. Hij is dol op kinderen. Wie hem eens wil bezoeken met zijn kindjes of kleinkindjes kan informatie vinden op deze link :

 

bezoek de Ossenmeersen

 

De prachtige wandeling naar het bos (je moet rekenen op een uurtje stappen) krijg je er gratis bij. Een appeltje en een bruine Leffe meebrengen, hé! En als je daar een zot met een thermos op zijn fietske ziet rondfietsen, euh, dan weet je hoe laat het is.


21:26 Gepost door jacoja Permalink | Commentaren (8) | Email dit |  Facebook |

Leffe

“Ik moet je teleurstellen, paardje, maar ik heb geen Leffe bij vandaag”, zei ik.

“Dedju toch, voor een keer dat ik geen Leffe bij heb”, lachte ik.

Sleipnir kon er ook mee lachen.

 

“Morgen een appeltje én een bruine Leffe, beloofd!”, zei ik.

“Ik zal je morgen ook eens roskammen, maat, het is eens nodig”, wees ik naar de vuile plekken op zijn vel.

Hij duwde zijn warme snuit onder mijn oksel.

 

“Dan mag jij morgen eens meevliegen, Jacoja. Eerst een galopje, dan opstijgen en we vliegen eens boven Gent. Dat mag wel niet van Wodan, maar hij kan ze kussen. Dat hij zich maar amuseert met zijn rendieren!”


20:51 Gepost door jacoja Permalink | Commentaren (2) | Email dit |  Facebook |

Een appeltje.

“Rustig, paardje, rustig”, kalmeerde ik hem.

Ik wreef eens goed zijn nek.

Ik kriebelde wat achter zijn oren.

“Mmmm, dat doet deugd, Jacoja!”, zei Sleipnir.

“Dat is één van de nadelen waar paarden mee worstelen”, vervolgde hij.

“Dat je nooit eens zélf achter je oren kunt krabben!”.

 

“Hier, een appeltje”, zei ik lief.

Ik haalde een appeltje uit mijn fietszak en sneed het in stukken met mijn zakmes.

Sleipnir keek me blij aan.

Hij rende door het bos, hij steigerde, hij knalde in het passeren een boom omver met zijn achterbenen…

Vrolijk, dat hij was!

Hij bedaarde en kwam zijn appeltje eten.

“Lekker Lekker Lekker!”, hinnikte hij.

“Heb je ook een Leffe bij?”, vroeg hij.

“Ik heb daar nu toch zo’n goesting naar, een bruine Leffe”.

Sleipnir keek verwachtingsvol naar mijn fietszak.


19:37 Gepost door jacoja Permalink | Commentaren (1) | Email dit |  Facebook |

Rendieren.

“WAAR IS WODAN?”, riep ik luid.

Sleipnir hinnikte.

“Weet ik veel waar die oude dronkelap weer uithangt”, zei hij.

“Wacht, ja, hij zei iets over Finland en een arrenslee of zo.

Maar mij niet gezien, hoor! Het is daar veel te koud naar mijn gedacht.

Ik blijf lekker hier, in de Ossenmeersen.

Trouwens, als Wodan liever met rendieren samenwerkt, dan moet hij dat maar weten, hé”.

 

Ik knikte begrijpend.

“Rendieren, nondedju”, vervolgde Sleipnir.

“Van die geretardeerde, radioactieve, stompzinnige beesten met kleerhangers op hun dwaze kop”.

Sleipnir spuwde brokken gras bij deze laatste zin.



18:26 Gepost door jacoja Permalink | Commentaren (3) | Email dit |  Facebook |

Sleipnir!

Plots herkende ik het paard!

Het was nondedju Sleipnir, het paard van Wodan!

 

(Wie het magnifieke – al zeg ik het zelf- cursiefje over Wodan door één of andere onverklaarbare reden gemist heeft,

 

KLIKKE HIER!)

 

“Jow, Sleipnir”, begroette ik het mooie dier.

“Waar is Wodan?”, fluisterde ik.

“Jacoja, alstublieft”, zei Sleipnir.

“Je gaat toch ook niet beginnen fluisteren, hé? Ik krijg het schijt van die paardenfluisteraars!”, brieste hij.

“Ik ben nondedju meer dan 1000 jaar en dan hoor je toch al wat minder, dus praat een beetje gewoon tegen mij, hé?”, vervolgde Sleipnir.



16:45 Gepost door jacoja Permalink | Commentaren (4) | Email dit |  Facebook |

't Was dus geen konijn!

Het dier kwam naar me toe.

Takken kraakten vervaarlijk.

Ik was niet echt op mijn gemak, nee.

 

“Jow, Jacoja”, hoorde ik plots.

Miljaar, het was een sprekend paard!

Ik was meteen gerustgesteld.

“Als het dát maar is”, dacht ik.

Het had evengoed een niet-sprekende bronstige neushoorn kunnen zijn, hé.

Dán zit je pas in de problemen, als je zo onverwacht een niet-sprekende bronstige neushoorn tegenkomt!


15:20 Gepost door jacoja Permalink | Commentaren (1) | Email dit |  Facebook |

Alle berichten