21-01-05
Deodorant.
Een week of zes geleden stapte ik in Brugge op de trein naar Gent.
Fris als een vis.
Voldaan van het vele werken.
Ja, dat soort dagen kan je op één hand tellen.
Een godganse dag wroeten en dan nog fris zijn!
Wel, dit was zo’n dag.
Ik was Zijne Frisheid Zelve!
“Zou die deodorant daar iets mee te maken hebben?”, vroeg ik mij af.
Ik kreeg van mijn moedertje zo’n flesje deodorant.
“Hier”, zei ze, “onder je oksels smeren”.
“Ja Ma”, zei ik braaf en ik smeerde het spul onder mijn oksels.
“Jacoja, nondedju! Je moet éérst je hemd uittrekken”, riep ze.
“A ja?”, vroeg ik verbaasd.
Nu moeten jullie niet denken dat ik er op los loop te stinken, hé.
Ik heb niet persé deodorant nodig.
Mijn persoonlijke hygiëne is een kwestie van eer.
“Je moet een beetje voor je decorum zorgen, hé, Jacoja!”, zegt mijn vrouwtje altijd.
Nee, mijn moedertje heeft het beste met mij voor.
Ze wil voorkomen dat ik ook maar een klein beetje naar zweet zou ruiken.
“Van hard werken zweet je een klein beetje, da’s normaal”, zegt ze altijd.
Ik vond een plaatsje tussen het plebs in de tweede klasse.
Voor me zat een jong koppel met twee enorme rugzakken.
Een meisje en een jongen, beiden een jaar of achttien.
Die kerel had heel lang haar en zo’n indianenband rond zijn hoofd.
Haar tot op zijn gat!
Dat lange haar kan mij niet zo veel schelen.
Toen ik jong was en net uit het leger kwam, ging ik vijf jaar niet naar de kapper.
Mijn moedertje werd bijna zot!
“Lodewijk de veertiende”, was mijn bijnaam in het dorp.
Wat me wél kon schelen was de geur die rond die gasten hing.
Ik keek al rond of er ergens anders een plaatsje vrij was.
“Miljaar”, dacht ik, “die gasten zijn in geen vier weken gewassen!”.
Stinken!
Ik rommelde wat in mijn rugzak.
Ik bood de jongen het flesje deodorant aan.
“Kan je dat snuiven”, vroeg hij lachend.
“Je kunt dat proberen”, antwoordde ik.
“Maar ’t is eigenlijk om die stank, die uit uw kleren opwelt, wat te bestrijden”.
Ik keek hem ferm in de ogen.
“Miljaar”, dacht ik, “pupillen als soepborden!”
Die gast was zo stoned als een aap.
“Sorry, hoor, voor die stank, ik weet het”, wees het meisje op hun kleren.
“We hebben net een week in het bos geleefd”, vervolgde ze.
Ik keek eens naar haar pupillen maar dat viel wel mee.
“Eigenlijk mooie oogjes, dat meisje!”, dacht ik.
De geur die uit hun kleren opsteeg was inderdaad te relateren aan een bos.
De geur van zompig nat, van zwammen op rottend hout.
“Zo”, zei ik, “op bosklassen geweest?”
“Bosklassen”, begon de jongen, “euh,…, euh, …Juist, ja! Bosklassen!”
Hij lachte hikkend.
Het meisje bleef doodserieus.
“Wij hebben net een weekje Lappersfort achter de rug”, zei ze.
“We hebben daar een nieuwe boomhut gebouwd”, vervolgde ze.
“Ha!” riep ik, “jullie zijn van het Groene Gordel Front!”
“Euh, ja, wij zijn, euh,…”, verloor de jongen zijn draad.
Hij keek verdwaasd door het raam.
“Aangenaam, Jacoja, met zo veel woorden in zijn hoofd”, stelde ik mezelf voor.
“Aangenaam”, euh, hoe heet ik alweer?”, vroeg de jongen aan het meisje.
“Ik ben Ilse en hij heet John”, wees het meisje naar de jongen.
“Juist, John”, zei de jongen.
“Zeg, maat, je hebt wél wat te veel binnen, hé”, zei ik tegen John.
“Hij heeft zich weer eens mispakt aan die Nederweed”, zei Ilse.
“Dat spul wordt met de dag straffer”, legde ze uit.
“Ik hoorde onlangs op het nieuws dat er een doorbraak is in dat dossier van het Lappersfort?”, vroeg ik.
“Juist”, zei Ilse.
“Je weet het toch liggen, hé, dat bos?”, vroeg ze.
“Ja, het is prachtig”, antwoordde ik.
“Het is ecologisch ontzettend belangrijk”, zei Ilse.
“Het bos is een schakel in de groene gordel rond Brugge”, vervolgde ze.
“Zo kunnen de diertjes van het ene bos naar het andere, euh, …, euh, … , wippen”, mengde John zich in het gesprek.
“Ze kunnen dan zo helemaal rond de stad wippen”, gierde hij het uit.
Hij begon door de wagon te wippen.
“Wip, wip, wip!”, riep hij daarbij.
“De Lijn zal zijn stelplaats dus niet in het bos neerplanten”, vervolgde Ilse onverstoord.
“En Fabricom verkoopt het bos aan de Staat”, vulde ik aan.
“Het ziet er goed uit voor het bos”, zei Ilse tevreden.
De trein stond even stil.
Een overweg geblokkeerd, waarschijnlijk.
We keken uit op een weide met koeien.
John was nu de koeien aan het tellen.
Bij “twee” verloor hij al de tel en moest hij herbeginnen.
“Ik bewonder jullie”, zei ik tegen Ilse.
“Jullie hebben het hem toch maar gelapt!
Dwars tegen grote machthebbers in een bos redden van de ondergang!”
Ilse keek me trots aan.
Onder het vuil zat een erg mooi, slim meisje.
“We zijn daar eens verjaagd door de politie”, zei ze.
“Ze hebben ons met matrakken uit de bomen geklopt”.
Haar stem trilde.
Haar lip beefde.
“Ja, ik heb dat gezien op televisie”, zei ik.
“Schandalig, vond ik dat, zo slaan op jonge mensen!”, zei ik kwaad.
“En slaan op vrouwen, daar kan ik al helemaal niet tegen!”, riep ik.
“Ik heb diene flik daar toch goed te pakken gehad”, zei John ongewoon helder.
“Ik heb hem, euh,…, euh,…”.
De opflakkering was maar van korte duur.
De rest van de reis babbelden we over bossen.
Ilse toonde me foto’s van het Lappersfortbos.
Machtig mooie foto’s.
John viel in slaap.
In Gent stapten we samen uit.
We liepen door de hal.
“Waar gaan jullie nu naar toe?”, vroeg ik hen.
“We kraken wel wat”, zei John nuchter.
Ilse keek hem vertwijfeld aan.
Ik dacht eens goed na.
“Wees mijn gast vanavond”, zei ik hoffelijk.
“Mijn vrouwtje zal jullie een goed maal bereiden.
Je kan bij ons ook eens een bad nemen”, stelde ik voor.
“Een bad! My kingdom voor een bad!”, riep Ilse verheugd.
Het werd een avond om nooit te vergeten.
Den Dreads en Ons Meisje vonden die twee fantastische gasten.
John bleek een bijzonder intelligente kerel, als hij wat minder stoned was.
We discussieerden tot laat in de nacht.
Toen mijn vrouwtje en ik gingen slapen, zei ze : “ ’t Is hier wel geen hotel, hé!”.
“Uitzonderingen bevestigen de regel”, antwoordde ik, “stel je eens voor dat het je eigen kinderen waren”.
Ze lachte.
“Dan zat ik er bij, daar in dat bos!”, riep ze.
“Rond de stad wippen, ja!”, riep ik.
“Wip, wip , wip, ik ben een diertje!”, wipte ze de trap op.
Lachend gingen we slapen.
“ ’t Is altijd goed, lachend te gaan slapen”, zei mijn grootvader altijd.
20:05 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (16) | Email dit |
Facebook |






Commentaren
Ik heb uiteindelijk toch wat leesbaars op je blok kunnen versieren. Prachtig cursiefje. Als ik me niet vergis is dat niet zo maar een imaginair verhaaltje.
You're great maat.
Gepost door: Yapede | 21-01-05
Verbetering aan voorgaande reactie: gelieve blok te vervangen door blog. 1 lettertje kan een groot verschil maken, denk maar aan een blok aan je been of een blog aan je been.
Gepost door: yapede | 21-01-05
Laat ik nu mijn eega weer voor geweest zijn! Maar nu komt zij lezen en een likske leggen.
Gepost door: lord blotbilski | 21-01-05
Een likske, Lord?
Gepost door: jacoja | 21-01-05
Prachtig Jacoja! Gij zijt verdomme een krak!
Gepost door: lady rosita | 21-01-05
. “ ’t Is altijd goed, wippend te gaan slapen”, zei mijn grootvader altijd. Doch dit vol-le-dig ter zijde...
Gepost door: Coltrui | 21-01-05
Oók, Coltrui, óók. Toch ter zijde!
Shit, diene aperitief was toch straffer dan ik dacht.
Gepost door: jacoja | 21-01-05
Wippend gaan slapen????? Valde gulder dan allemaal in slaap? LOL
Ok ik stop met lachen (stilletjes lol). Machtig geschreven jong!
Gepost door: Dafke | 21-01-05
Ik ga vandaag naar mijn moedertje, in de verre Westhoek. Ze zei aan de telefoon dat ik geen putten zal moeten graven. Voor het eerst in twee volle weken schrijf ik dus geen cursiefje. Geen nood! Morgen komt ook alhier!
Ik zal haar de groeten doen, van jullie allemaal.
Gepost door: jacoja | 22-01-05
Groeten! Niet vergeten, hé Jacoja!
Tot morgen!
Gepost door: lady rosita | 22-01-05
Gastvrijheid Daar draait het toch allemaal om in het leven, nee... Toevallige ontmoetingen de kans geven iets moois te worden. Wij hebben enkele jaren geleden een koppel leren kennen op een heel rustige camping in 't putteke van Frankrijk, en we rekenen ze nu tot onze beste vrienden... Ontmoetingen kleuren je dag... (aiai, precies een beetje aangetast...)
Gepost door: Kaajee | 22-01-05
Hihihihi doet me denken aan mijn jonge tijd... Alleen niet zo intelligent... :s
Gepost door: steffie | 22-01-05
hmm @steffei: jonge tijd??? zijde gij al bejaard mss?
éjacoja: aha een gastvrije her...zo he ik eens 2euro gegeven aan een kraker die het koud had en me de hele tijd met het grootste respect bejegende...het klonk als een mantra, een week later voreg hij een sigaret...
de kneus
Gepost door: cms | 22-01-05
nu weet ik eindelijk waarom het zo ston in dat boske t word tijd dat jacoja daar met zijne deodorant van zijn moeder eens gaat rondspuiten, ge zult alles nogal zien wippen dan :-)
Gepost door: willy | 22-01-05
tja ... alleen jammer dat die bezetters van het Lappersfortbos daar zoveel vuilnis achtergelaten hebben. ze moeten daar nu toch ook niet fier op zijn.
Gepost door: Bieke | 22-01-05
Mooi. Mooie daad & mooi geschreven... (enne, dat vrouwtje van je, chapeau...ik zou die van mij zot verklaren moest hij hier thuis staan met zo 2 van die stinkers :s) Maar dat moet je kunnen he in het leven, de dingen relativeren.... is een mooie eigenschap.
Gepost door: N. | 23-01-05
Post een commentaar