24-01-05
Wagyu.
Een maand of wat geleden nam ik in Brugge de trein naar Gent.
Het kan ook langer geleden zijn.
Who cares?
Ik was ontspannen en voldaan na een zware dagtaak.
Inderdaad : ontspannen!
Ik ben niet altijd moe, hoor!
Subiet denken jullie dat ik aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom lijd!
Niets van!
Het Chronisch Opgewektheidssyndroom, ja!
Ik had me knus geïnstalleerd in een hoekje van de wagon.
Ik las in het boek “Wie schrijft” van Elizabeth George.
Dat is een boek dat gaat over hoe je een boek moet schrijven.
Ja, Elisabeth had eens geen inspiratie en toen dacht ze : “Ik schrijf gewoon een boek over hoe ik boeken schrijf”.
Lap! Had ze wéér een bestseller!
Het is trouwens stééngoed, dat boek van Elisabeth.
Het was niet druk, hier en daar een Limburger die wat zat te zingen tegen een andere Limburger.
Een man kwam voor mij zitten.
Hij was een jaar of veertig.
“Proper kostuumpje”, dacht ik waarderend.
Hij had een modern brilletje op zijn neus, grijs haar en een dun snorretje.
“Olé”, dacht ik, “zit ik weer eens bij een yuppie”.
Ik las verder in mijn boek.
De man legde zijn aktetas in het bagagerek en ging zitten.
De trein vertrok.
Hij wees dolenthousiast naar buiten.
“Moet je eens zien, zeg, wat een prachtige Dikbillen lopen daar”, riep hij het uit.
“Shit”, dacht ik, “ ’t is dan nog een Hollander ook”.
Nu ben ik toevallig óók bijzonder geïnteresseerd in Dikbillen.
Ik keek door het raam.
“Ah! Je bedoelt koeien”, zei ik teleurgesteld.
Hij stelde zichzelf voor : “Aangenaam, Wim, manager”.
Al die Hollanders zijn “managers”, dus daar keek ik niet van op.
Ik kwam nog nooit een Hollander tegen die geen manager is.
Ik schudde beleefd zijn uitgestoken hand.
“Aangenaam, Jacoja, met zo veel woorden in zijn hoofd”, zei ik.
“Ja, jullie Belgen hebben verstand van runderen kweken”, zei hij.
“Kijk daar!”, riep hij luid.
Alle Limburgers in de wagon keken naar buiten.
“Die beestjes daar, dat zijn echte Belgische Witblauwe!”, vervolgde hij.
“Uitstekend vlees, maar ze kalven moeilijk af. Meestal is er een keizersnede nodig”, mijmerde hij.
Ik moest dringend ingrijpen.
“Subiet begint hij over de gynaecologische details van het kalveren ”, dacht ik.
Een weide verder kwam mijn kans.
Daar stonden een stelletje roodbruine koeien dom de trein aan te gapen.
“En?”, vroeg ik dwingend, “welke soort is dit?”
Zonder verpinken antwoordde hij : “Dit is een Fries Roodbonte koe.
Dit ras is een dubbeldoelras, bestemd voor melk- en vleesproductie.
Qua exterieur, type en tekening is dit ras te vergelijken met de zwartbonte Fries-Hollandse.
Het is een vrij lang dier, met een ondiepe borst, met een lang breed doch matig gebroekt achterstel en een goed ontwikkeld uier. Dit ras heeft een vriendelijke geaardheid.”
Ik was onder de indruk.
Een “matig gebroekt achterstel”!
Zat ik hier nondedju met een koeienencyclopedie op de trein!
Ik keek nog eens goed naar de “goed ontwikkelde uiers”.
Van één van de koeien hingen de spenen over het gras te schuren!
“Dat is inderdaad een uier om U tegen te zeggen”, besloot ik.
“Wim, je zei dat je manager bent”, gooide ik een visje.
“Ja, ik ben manager van Châteaux Wagyu, in Altembrouck, hier in België”, antwoordde hij.
“Lap”, dacht ik, “hij moet hier minder belastingen betalen, een échte Hollander”.
“Daar!” riep hij, driftig naar buiten wijzend.
“Dat zijn Engelse Herefordstieren!”
Ze stonden ons kwaad aan te kijken, die stieren.
Ik stak mijn tong naar ze uit.
“Kom maar op, stieren!”, riep ik.
Wim lachte.
“We fokken daar Wagyu-runderen”, vervolgde hij.
“En we verkopen sinds enkele jaren embryo’s”, zei hij trots.
Ik fronste mijn wenkbrauwen.
“Wat is dat hier allemaal”, dacht ik, “Wagyu, embryo’s verkopen, vies manneke!”
Ik zat al klaar om mijn rugzak te pakken en ergens anders te gaan zitten.
Liever, véél liever, bij die Limburgers zitten, dan bij zo’n vies manneke!
“Luister, Jacoja”, zei hij vriendelijk, “laat mij het even uitleggen”.
“ 'Wa' betekent 'Japans' en 'gyu' betekent 'rund' “.
Ik knipte met mijn vingers.
“Juist”, riep ik, “mijn vrouwtje heeft me daar onlangs nog iets van verteld!”.
“Dat zijn van die koeien die bier drinken en ’s avonds een massage krijgen!”, riep ik enthousiast.
Wim lachte.
“Ze drinken soms bier, dat klopt. En die massage klopt ook”, lachte hij.
“Onze Wagyukoeien stammen af van de originele Japanse soort”, zei hij.
“Er zijn in de geschiedenis maar twee keer van die dieren uit Japan gesmokkeld.
Het vlees van een Wagyurund is zeer bijzonder.
Oorspronkelijk werd het dier enkel en alleen voor de Keizer gekweekt.
De runderen die op zijn tafels belandden werden uiteraard bijzonder verwend.
De dieren werden gemasseerd en kregen het beste voer te eten en bier te drinken.”
Ik begon die Hollander boeiend te vinden.
“Euh,” merkte ik fijntjes op, “dat is nogal exclusief, zeker?”
“Wagyu is als kaviaar, Jacoja”, antwoordde hij.
“In Japan wordt tot tweehonderd vijftigduizend dollar betaald voor de beste Wagyu”, vervolgde hij.
“Eén Wagyu brengt hier makkelijk twintigduizend gulden op”, zei hij trots.
Ik dacht het al.
Het was een Hollander voor iets, hé!
“Die Jappen zijn zo zot als een achterdeur”, zei ik.
“Onlangs hoorde ik dat ze een levende tonijn uit Andalousië met een privéjet naar Japan vlogen”, vertelde ik.
“Voor hun Sushi! Kan je dat geloven?”
“Ja, Jacoja, het is wat, die Japanners”, zei Wim.
“Wel, Wim, twintigduizend gulden per koe!
Wat zit jij hier dan te doen tussen het plebs, in tweede klasse?”, vroeg ik.
“We zijn nog niet zo lang bezig, Jacoja”, antwoordde hij.
“Het kasteel moet gerestaureerd worden, de aankoop van onze eerste embryo’s kostte een fortuin…”, zei Wim neerslachtig.
“We moeten momenteel leningen afbetalen, ik weet niet of we het wel halen”, vertelde hij.
“Hebben die koeien dat graag, een massage?”, vroeg ik.
Hij lachte.
“Ze genieten met volle teugen!”, antwoordde hij.
“In Japan werden ze met saké gemasseerd, maar dat doen wij niet”, vervolgde hij.
“Saké zal te duur zijn”, dacht ik geniepig.
We naderden Gent.
Ik nam mijn rugzak en stond op.
“Succes, Wim”, zei ik.
“Eén ding nog”, sprak ik nadenkend.
“Wa?” vroeg Wim.
“Giejoe”, antwoordde ik.
Wim lachte.
“Neen, serieus”, zei ik.
“Geef die beesten eens Leffe om te drinken in plaats van die vorte Heineken, man”, zei ik.
“Je zal stukken rapper uit de schulden geraken!”, besloot ik.
“En je koetjes zullen véél minder stress hebben en dus nog lekkerder smaken!”, riep ik nog na terwijl ik uitstapte.
Toen ik voorbij het raam stapte zat Wim verwoed te schrijven in zijn agenda.
“Ik zal een procentje moeten vragen”, dacht ik.
Die Hollanders, hé!
20:04 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (10) | Email dit |
Facebook |






Commentaren
Ik moet altijd hetzelfde zeggen! Knap geschreven, maar dat weet je zelf ook wel.
Gepost door: lady rosita | 24-01-05
Koeien gemest met Leffe? Dat moet ik snel eens proeven. Prachtig geschreven makker maar zoals de Lady dreig ik in herhaling te vallen.
By the way, succes morgen.
Gepost door: Yapede | 24-01-05
nieuwe rage .. de zatte koeienmassage :-) wie schrijft die blijft
Gepost door: willy | 24-01-05
Het was een zware dag, ik heb veel sneeuw moeten ruimen Nu eerst een pakske frieten halen en dan kom ik lezen.
Gepost door: lord blotbilski | 24-01-05
Mooooooiiiiiiiiiiii maar een woord voor eh... formidastisch!!
Gepost door: Lizy | 24-01-05
. Leuk =o)
Gepost door: Coltrui | 25-01-05
Mmmm Leffemelk en leffevlees... Kan goekomen...
Gepost door: steffie | 25-01-05
Inderdaad... die Hollanders hé LOL
Gepost door: MJ | 25-01-05
Ik wil ook zo'n koetje opeten!
Gepost door: Dafke | 25-01-05
Dan hier een receptje Ben zelf nog aan het sparen ;)
Gepost door: HJK | 07-01-07
Post een commentaar