31-01-05
The goose is loose…

Een maand of twee geleden stapte ik in Gent op de trein, richting Brugge.
Het was nog aardedonker.
Dat zijn voor mij de moeilijkste dagen van het jaar :
wanneer ik om zeven uur ’s morgens in het donker moet gaan werken.
Het voelde alsof het nog midden in de nacht was.
Ik installeerde mij op mijn gemak in de duistere wagon.
Om de één of andere reden deed de verlichting het niet.
Een krant lezen zat er dus niet in.
Ik keek dan maar wat door het raam.
De trein stond nog wat te brommen.
We hadden al vijf minuten vertraging.
De treinbestuurder had zijn boterhammen vergeten.
Ja, dat kan gebeuren, hé.
“Julien, haal een keer rap een Panoske”, had ik hem door zijn opengeschoven zijraam horen roepen.
Julien, mijn favoriete NMBS-beambte, in grijze stofjas, was sloffend naar beneden vertrokken.
Nu moesten wij wachten op Julien.
A ja.
Julien is niet meer van de rapste.
Nog een jaar sloffen en hij gaat op pensioen.
De twee treinbegeleiders, een man en een vrouw, stonden gezellig te keuvelen op het perron.
De hemel boven Gent werd paars.
De torens van Gent tekenden zich af tegen een adembenemende achtergrond.
Het was een schilderij, mensen.
Zó mooi!
De opkomende zon boven Gent : je moet het een keer gezien hebben in je leven!
Ik hoopte dat Julien nog een tijdje zou moeten aanschuiven voor dat broodje.
Een man kwam hijgend aangelopen op het perron.
Gejaagd vroeg hij iets aan de treinbegeleiders.
Die wezen hem de open deur van mijn wagon.
Daarna keuvelden ze gezellig verder.
De man stapte op en kwam voor mij zitten.
Ik bekeek hem verwonderd.
Hij was van kop tot teen in het groen gekleed.
Hij droeg groene rubberen laarzen, een groene jas en een kaki legerbroek.
In zijn zog sleurde hij een kanjer van een statief en een telescoop mee.
Die waren ook verpakt in camouflagekleuren.
“Ha!”, dacht ik, “een vogelaar!”
De man zat nog wat na te hijgen.
Ik zat in een interne tweestrijd.
Sommige van die groene jongens kunnen zó fanatiek zijn!
Ik kan daar niet goed tegen.
Van fundamentalisten moet ik niets weten.
Andere groene rukkers, daarentegen, zijn best sympathieke mensen!
Ik besloot hem vriendelijk aan te pakken.
Eens kijken welk vlees ik in de kuip had.
Ik stak mijn hand uit en stelde mezelf voor.
“Aangenaam, Jacoja, met zo veel woorden in zijn hoofd”, zei ik.
Hij schudde mij lachend de hand.
“Mark, Natuurpunt”, zei hij.
Nu ben ik zelf óók lid van Natuurpunt, maar ik besloot dat niet aan zijn neus te hangen.
“Zo, Mark, jij gaat vandaag vogelen”, gooide ik een visje.
Hij grijnsde.
“Ik ga aalscholvers tellen, Jacoja, in de haven van Zeebrugge”, antwoordde hij.
Bij deze woorden vertrok de trein eindelijk.
De twee treinbegeleiders stonden nu gezellig te keuvelen in de gang.
We passeerden Julien.
Hij stond op het perron op zijn gemak een broodje te knabbelen.
Hij had een zalige uitdrukking op zijn gezicht.
Even buiten Gent stopte de trein al weer.
“Subiet rijdt die treinbestuurder achteruit en moet hij nóg een broodje hebben”, dacht ik.
We stonden net voor de brug van Drongen.
“Daar beneden, Mark, zie je die oude arm van de Leie?”, wees ik naast de brug.
“Een machtig snoekwater”, vervolgde ik.
“Snoeken van acht kilo!”, toonde ik met mijn armen wijd.
“Ha!”, zei Mark, “het snoekseizoen is nog open tot nieuwjaar!
Een goed idee, Jacoja, ik ga daar volgende week eens een poging doen!”
Ik ontspande me.
Mark was geen fanatieker.
Integendeel! Natuurpunter én snoekvisser!
Hij had de test met glans doorstaan.
Mark was een man naar mijn hart!
“Je gaat me toch niet vertellen dat je voor je job aalscholvers gaat tellen”, vroeg ik benieuwd.
“Toch wel”, zei Mark grijnzend.
“Ik ben bioloog van opleiding en ik werk voor een afdeling van Natuurpunt”, vertelde Mark.
“Die aalscholvers zijn in de laatste jaren zó toegenomen, Jacoja, je kunt dat niet geloven.
We moeten die beesten van nabij volgen of er gebeuren straks rampen”, vervolgde hij.
“Schone job”, dacht ik, een tikkeltje jaloers, “zo wat in de natuur gaan rondstruinen en vogels tellen”.
“Aalscholvers kan je nog gemakkelijk tellen, ze zijn nooit echt met véél”, zei Mark.
“Grote groepen, zoals kievieten, daarentegen, zijn wel lastig”, vertelde hij verder.
“Dat is Wiskunde, hé, Mark”, merkte ik op.
“Het schatten van grote hoeveelheden, doel zes in ons handboek”, lachte ik.
We stonden nog steeds stil voor de brug.
Op dat moment werd mijn aandacht getrokken door een hels lawaai.
We keken naar buiten.
Een enorme vlucht lawaaierige ganzen kwam aangevlogen uit het ochtendrood, onze trein tegemoet.
Mark en ik, we zaten genietend te kijken naar het machtige schouwspel.
“Canadese ganzen”, zei Mark zacht, “tweeënveertig stuks”.
“Ze zijn onovertroffen”, antwoordde ik.
“Ja, voor een stelletje exoten doen ze het zeker niet slecht”, zei Mark lachend.
“Krijgen ze inburgeringlessen misschien?”, grapte ik.
“Stelletje illegalen! Nederlands leren!”, riep ik de ganzen na en ik stak mijn vuist op.
Ze kwaakten eens luid.
Of het Nederlands was, kon ik niet meteen uitmaken.
De trein vervolgde eindelijk zijn weg.
Mark vertelde me over Canadese ganzen, aalscholvers en andere exoten.
“Geen kwaad woord over de Canadezen!”, waarschuwde ik hem.
Die vogels hebben namelijk ondertussen mijn hart gestolen.
Elke avond vliegen ze boven mijn huis, midden in de stad.
Een vlucht van wel zestig wilde ganzen.
Mijn vrouwtje en ik, wij staan elke avond op de uitkijk.
We zouden dat voor geen geld meer willen missen!
“Alle Canadese ganzen in Vlaanderen zijn nakomelingen van ontsnapte dieren”, vertelde Mark.
“Ze zijn bijzonder mooi, maar ook wel erg agressief. Ze verjagen andere vogels en ze vreten alles op.
Sommige soorten kunnen daardoor zelfs uitsterven.
Weet je dat ze bijna een kilo uitwerpselen per dag produceren?”, vroeg Mark.
“Oeps”, lachte ik, “er zitten er vijfhonderd in de Ossenmeersen”.
“Dat is vijfhonderd kilo per dag, afgerond tweehonderd ton shit per jaar!”, vertelde Mark serieus.
“En ze kweken als konijnen”, zuchtte hij.
“Ze afknallen kan je niet écht doen, zeker”, vroeg ik voorzichtig.
“Nee, in een natuurgebied kan je dat niet maken, dat zou zeldzame soorten verschrikken”, antwoordde Mark.
“Maar wij hebben een eenvoudige oplossing gevonden : in het voorjaar schudden wij hun eieren.
Dan komen er geen jongen meer van”, vertelde Mark.
“Vorig jaar hebben we duizend driehonderd eieren geschud in de Ossenmeersen”.
“Ook een mooie job, een weekje “eieren schudden” “, lachte ik.
“Ja”, zei Mark, “en die beesten vallen je dus aan, hé!”
Mark was een sympathieke Natuurpunter.
Hij had een gezonde visie op natuur in Vlaanderen.
“Aankopen, nondedju! En dan met rust laten, die restjes natuur”, was zijn devies.
De hele treinreis discussieerden we over natuurbeheer.
Ik werd met de minuut méér fan van Natuurpunt.
We schepten op over onze grootste snoek.
We waren verwonderd over het aanpassingsgedrag van de ekster.
We waren akkoord dat de Canadese gans toch wel een mooier beest was dan onze inheemse slijkeenden.
“Geen racisme, ook niet onder de beesten!”, riep ik.
We besloten eensgezind dat de fazant toch wel de lekkerste exoot in Vlaanderen was.
In Brugge stapte ik uit.
We namen afscheid.
We wisselden telefoonnummers uit.
“Het ga je goed, Mark, ik wens je een vruchtbare aalscholvertelling”, zei ik, een beetje jaloers.
Mark keek me aan en lachte.
“Volgende keer bel ik je op, Jacoja.
Dan kan je een dagje verlof nemen en eens helpen tellen”, zei hij.
“Ik zou constant mis tellen en moeten herbeginnen”, lachte ik.
Toen ik op de bus stond te wachten, vlogen er zwermen meeuwen boven het station.
Op weg naar de zee.
Ik telde ze even rap na : twee duizend zeshonderd en twee.
“Dat vliegt maar en dat vliegt maar”, mijmerde ik jaloers.
De laatste meeuw petste een witgroene meeuwenstront op de voorruit van de bus.
“En dat schijt maar en dat schijt maar”, dacht ik hoofdschuddend.
20:31 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (8) | Email dit |
Facebook |






Commentaren
Jacoja? Mag ik ook eens mee?
Gepost door: Dafke | 31-01-05
Allé, 't is goed. We gaan eens een trein huren.
Gepost door: jacoja | 31-01-05
Kuch! Mag ik dan ook mee, Jacoja?
Een geluk dat meeuwen niet op uw hoofd ...
Weer prachtig geschreven!
Gepost door: lady rosita | 31-01-05
Ik ben er eens even voor gaan zitten. Je cursiefjes zijn in een woord GEWELDIG.
CHAPEAU!!!
Doegie
Elly
Gepost door: Elly | 31-01-05
pas maar goed op voor uwe rug met dat eierschudden :-)
Gepost door: willy | 31-01-05
hmm miljaar ik weet nooit of dit feit of fictie is want de candase ganzen zorgen idd voor overlaast in natuurgebieden zoals in de ossemeersen enzo...
en hun eitjes worden idd geschud :-)
en ze maken veel lawaai en ze kakken erop los lol
ge zoudt voor minder op deze stronteerdekloot hé :-) lol
Gepost door: cms | 01-02-05
Ik ga me tedoeme aanmelden om naturist te worden. Onovertreffelijk makker.
Gepost door: yapede | 01-02-05
Leuk.... :-) LOL!
Gepost door: Arnayal | 04-12-06
Post een commentaar