04-02-05

Rugpijn.

Een maand of twee geleden strompelde ik weer eens de trein op in Brugge.

Ik had afschuwelijke rugpijn.

Een hele dag rechtstaan op het werk had daar geen goed aan gedaan.

Kreunend stapte ik op.

 

Zwetend van de pijn zocht ik een plaats tussen het plebs in tweede klasse.

Voorzichtig zette ik mijn rugzak in het bagagerek.

Bij die beweging schoot een zenuw tussen mijn wervels.

Ik kon daar moeilijk zo blijven staan, met mijn beide armen in de lucht.

Dat was geen zicht.

Langzaam liet ik mijn armen zakken.

Er kraakte iets vervaarlijk in mijn rug.

Een oudere vrouw zat mij bezorgd te bekijken.

 

Ik probeerde te gaan zitten.

Telkens ik bijna de bank raakte, sprong ik weer op van het zeer.

Na een poging of vier gaf ik het op.

“Ik blijf wel in het gangpad staan”, zei ik tegen de vrouw.

 

“Heb je daar al lang last van?”, vroeg de vrouw vriendelijk.

Ik besloot mij eerst netjes voor te stellen.

“Aangenaam, Jacoja, met zo veel woorden in zijn hoofd”, zei ik.

“En zo veel pijnlijke spieren in zijn rug”, lachte de vrouw.

“Ik ben Cara”, zei ze.

“Cara?”, dacht ik verwonderd, “wat een rare naam!”

 

“Ja, Cara, het wordt met de dag erger”, vertelde ik.

De trein schokte en ik viel bijna flauw.

“Shit”, dacht ik, “dit gaat niet goed!”

 

Ik bekeek Cara eens goed.

Ze was een kleine, tengere vrouw van middelbare leeftijd.

Ze had lang, grijs haar en ze droeg een brilletje met ronde glazen.

Ze had een haakneus om U tegen te zeggen.

 

“Shit”, dacht ik, “die gaat naar een heksenmeeting zeker?”

Ik keek al naar het bagagerek, op zoek naar een bezem en een punthoed.

 

Cara keek me recht in de ogen.

Ze straalde een vreemd soort rust uit.

Ik werd er helemaal kalm van.

 

“Momentje”, zei ik.

Ik bewoog mijn schouders in een poging om mijn rug te ontspannen.

Het werd alleen maar nóg erger.

Ik keek ondertussen scheel van de pijn.

 

Cara stond recht.

“Draai je eens om”, zei ze.

 

“Wat krijgen we nu?”, dacht ik, “Gaat ze mij betoveren?”

Ik draaide mij met mijn rug naar haar toe.

Ik spitste mijn oren, klaar om bij het minste teken van een bezwering naar een andere wagon te rennen.

“Subiet verandert ze me in een kikker”, dacht ik bang.

 

Ik voelde twee warme handen op mijn schouders.

Dwars door mijn kleren heen voelde ik ze gloeien.

“Wow”, dacht ik, “dit doet deugd”.

De handen pakten mijn nekspieren vast.

Ze bewogen millimeter per millimeter.

 

Een miljard zenuwen snokten in mijn rug.

“Ademen vanuit je buik, Jacoja”, zei Cara zacht.

Ik sloot mijn ogen en concentreerde me.

“Allé, buik, ademen!”, dacht ik.

Langzaam ontspande mijn rug.

De pijn werd draaglijk.

 

“Ga nu eens voorzichtig zitten”, zei Cara.

“Ik durf niet goed”, antwoordde ik.

“Kom, probeer het maar”, zei ze lief.

Ze klopte met haar hand op de zetel voor zich.

 

Ik ging zitten.

Het lukte!

Bewonderend keek ik naar haar handen.

“Miljaar”, dacht ik, “die zijn goud waard”.

 

“Jacoja”, zei ze, “je zit verkeerd”.

Ik schrok.

“Hoe moet ik dan wel zitten?”, vroeg ik.

Cara toonde het me voor.

Ik moest helemaal vooraan op de bank gaan zitten.

Mijn rug rechten en mijn buik ontspannen.

Bekken naar voor kantelen.

Het voelde bijzonder goed.

“Dat ik daar zelf nooit aan gedacht heb”, dacht ik verwonderd.

 

Cara nam haar zwarte handtas.

Ze rommelde er wat in rond.

“Lap”, dacht ik, “subiet haalt ze hier een vette pad boven”.

“Je gaat me toch niet betoveren, hé, Cara?”, vroeg ik.

 

Cara giechelde.

Ze giechelde, griezelig als een echte heks.

Ik verstijfde.

Met haar vinger tekende ze een cirkel in de lucht.

“Circle of magic, circle of power”, zong ze.

 

“Relax, Jacoja”, zei ze, “ het is maar een grapje, hoor!”.

Ze rommelde verder in haar handtas.

Eindelijk vond ze wat ze zocht.

 

Ze gaf me een visitekaartje.

“Osteopathie”, stond er op te lezen, naast haar naam en een adres in Gent.

Ik zuchtte opgelucht.

 

“Kom eens langs op mijn praktijk, Jacoja”, zei ze vriendelijk.

“Ik kan het niet genezen, maar ik kan de pijn wel verlichten”.

 

We kwamen aan in Gent.

“Bedankt, Cara, voor wat je met mijn rug deed”, zei ik dankbaar.

“Graag gedaan, Jacoja”, antwoordde ze.

“Ik bel je op voor een afspraak”.

Met deze woorden nam ik afscheid.

 

Thuis vertelde ik dit verhaal aan mijn vrouwtje.

Ze stond te koken in de keuken.

 

“Ik ken die Cara”, zei ze, onverstoord verder roerend in haar potten.

“Van waar ken jij Cara?”, vroeg ik verbaasd.

“Wel, van onze Heksenkring”, antwoordde mijn vrouwtje.

“Waar denk je dat ik elke woensdagavond naar toe ga?”, lachte ze.

“Hi hi hi, ik ben een heks!”, riep ze, door de keuken lopend met een pan.

 

Hoofdschuddend ging ik mijn krant lezen.

Netjes op de boord van mijn stoel zittend, buik ontspannen en een rechte rug.

“Vrouwen!”, dacht ik content, “wat een boeiende wezens!”.


20:50 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (10) | Email dit |  Facebook |

Commentaren

Heerlijk, man!

Gepost door: lord blotbilski | 04-02-05

Hup hup naar Cara ze brengt verlichting in je leven en dank zij haar kunnen wij genieten van je prachtige cursiefjes.

Gepost door: Yapede | 04-02-05

Heel juist, Yapede! Prachtig geschreven, Jacoja!

Gepost door: lady rosita | 04-02-05

LOL het valt me nu pas op dat ik ook op de rand van men stoel zit en men buik ontspan en men bekken naar voren duw! Cool! Nog zulke dingen?

Gepost door: Dafke | 04-02-05

Ha! Mijn trouwe lezers!
Lord, Lady, Yapede!
Kom aan mijn boezem!
Laat ons Leffelijke Gedachtenissen delen!
(Dixit Lambikske, ere wie ere toekomt)

Gepost door: jacoja | 04-02-05

Dafke, ik zal u eens les geven in de "Fascia-therapie".
Ge zult uw bekken over uw kop kantelen!
En andersom!

Gepost door: jacoja | 04-02-05

Leffelijke gedachtenissen, pas maar op of is sta aan je deur.

Gepost door: Yapede | 04-02-05

hekselijke rugklacht behandelt door stomme pad :-)

Gepost door: willy | 04-02-05

Schoonmoeder mijn schoonmoeder doet dat ook de pijn verzachten met haar handen
goe geschreven jacoja.

Gepost door: marie | 05-02-05

Echt schoon mooi geschreven!

Gepost door: Lieve | 12-02-05

Post een commentaar