11-02-05

Quit beefing!

 

Ha!

Een cursiefje schrijven!

Dat is lang geleden, ik heb er zin in!

De woorden wemelen in mijn hoofd van de goesting!

Ze staan te dringen als kleine kinderen : “ik wil eerst, ik wil eerst,…”.

Allé, ik zal er maar een paar uitlaten.

Te veel woorden in je hoofd is voor niets goed.

 

Ik zal eens een schoon treinverhaal vertellen.

Het is gisteren gebeurd.

Gisteren maakten mijn vrouwtje en ik een uitstap.

“Hup, Jacoja”, zei ze, “jij moet dringend eens buitenkomen”.

Na twee maanden liggen krampen met een zere rug was dat inderdaad eens nodig.

 

We besloten met het openbaar vervoer naar Brugge te gaan.

Rustig aan, wat rondwandelen in de stad en geregeld wat zitten.

Van terras naar terras, was de bedoeling.

 

We keken al wat beteuterd toen we wakker werden : het regende pijpenstelen.

Niet zo maar wat miezeren!

Dikke, vette stralen regenwater vielen naar beneden.

Het zag er naar uit dat het voor de hele dag was.

 

Ik stond vertwijfeld naar buiten te kijken.

Mijn vrouwtje kwam naast me staan.

“Komaan, Jacoja, we laten ons niet doen door een beetje regen, hé”, zei ze dapper.

“Kom maar op, regen!”, riep ik.

Het kletste nu met emmers tegelijk naar beneden.

“Ik zou beter mijn mond houden”, dacht ik geschrokken, “subiet loopt mijn kelder weer onder!”

 

We trokken beiden ons nieuwe regenpak aan.

Een regenbroek, een regenjas en gummi laarzen.

Absoluut waterdicht.

Opgetuigd als maanreizigers wandelden we blijgezind naar de bushalte.

“Ik wil wel wat huppelen”, zei ik spijtig, “maar ik kan niet met mijn rug”.

“Niet van aantrekken, Jacoja”, antwoordde mijn vrouwtje, “ik huppel wel voor twee”.

Zo huppelde ze in haar regenpak een paar passen voor mij uit.

Ik kreeg er al bijna de slappe lach van.

 

Na een busrit van twintig minuten kwamen we in het station van Gent.

Het goot water dat het geen naam had.

We stonden druipend naar het bord met de vertrektijden te kijken.

“Ik hou wel van die klapperende lettertjes”, zei ik tegen mijn vrouwtje.

“Ze moesten af en toe eens een gedicht op dat bord zetten”, antwoordde ze.

“Lap”, dacht ik, “tot zo ver wéér een schitterend idee van mijn vrouwtje”.

De NMBS zou nogal wat klanten meer krijgen moest het van mijn vrouwtje afhangen!

Misschien kan ik wel ‘treindichter’ worden?

Ze hebben nu toch al ‘stadsdichters’ en ‘beekdichters’?

Waarom dan geen ‘treindichter’?

 

Naast ons stond een lange, magere man naar het bord te kijken.

Hij poetste verwoed zijn bril, maar het had niet veel zin.

De bril blééf bedampen.

“Waar moet je naar toe, maat”, vroeg ik hem, behulpzaam als altijd.

Hij lachte.

“Klote Belgisch weer”, riep hij.

“Zie me hier nu staan! Ik zie geen bal meer door mijn bril! Dit land heeft een luchtvochtigheid van negentig procent!”, vervolgde hij.

“Ja, alsof je voortdurend in een koud stoombad leeft”, antwoordde ik.

 

“Ik moet naar Brugge”, zei de man.

“Kom dan maar mee, wij ook”, antwoordde mijn vrouwtje.

Onderweg naar het perron maakten we kennis met elkaar.

“Aangenaam, Jacoja, met zo veel woorden in zijn hoofd”, zei ik.

“En ik ben zijn vrouwtje”, zei mijn vrouwtje.

“Aangenaam, Pierre, mariene bioloog”, zei de man.

 

We moesten nog enkele minuten wachten op het perron voor de trein kwam.

De regen waaide in vlagen over het perron.

Pierre was doorweekt.

“Belgen”, zei hij, eerst een gulpje regenwater uitspuwend, “zullen binnen enkele honderden jaren zwemvliezen tussen hun vingers en tenen hebben. Pure evolutieleer”.

 

De trein kwam luid sissend tot stilstand.

We stapten op.

Mijn vrouwtje en ik trokken ons regenpak uit.

Dat was niet zo makkelijk : je moet namelijk eerst die laarzen uittrekken vóór je de broek uittrekt!

Net dát hadden we beiden vergeten, mijn vrouwtje en ik.

Het waren dus nogal toestanden.

Pierre moest ons op den duur bevrijden uit een nat kluwen van broeken, laarzen en vesten.

“Jullie zijn me er ook twee”, lachte hij.

 

Eindelijk zaten we rustig op onze plaats, tegenover Pierre.

“Zo, Pierre, jij bent mariene bioloog”, opende ik het gesprek.

“Wat moet ik me daar bij voorstellen? Zee-egels tellen? Mossels proeven?”, lachte ik.

Ik kreeg een pijnlijke stomp in mijn ribben van mijn vrouwtje.

“Jacoja”, zei ze streng, “lach eens niet met die mens!”

 

“Laat maar”, zei Pierre, “ik kan daar tegen, hoor”.

“Ik ontwikkel voeders voor kweekvissen”, zei hij.

“Zeebrasem, zeebaars, paling, zalm, forel, …, noem maar op, we kweken het allemaal”, vertelde hij.

“Mmm, zeebaars!”, riep ik.

“Ja”, zei Pierre, “die zeebaarzen die ik verleden week in Gent op de markt zag liggen worden gekweekt in Griekenland”.

“Met onze voeders”, zei hij trots.

 

Pierre vertelde dat hij de hele wereld rond reisde, om ondersteuning te bieden aan viskwekers.

Hij zat voortdurend in Indië, Pakistan, Brazilië, Panama,…

Hij woonde in Spanje en hij werkte bij een Belgische firma.

Een wereldburger, die Pierre!

 

“Maar het gaat niet zo goed met onze sector”, vervolgde hij nadenkend.

“Wat scheelt er aan? Die kweekvis is toch super lekker?”, vroeg mijn vrouwtje.

“Vooroordelen”, zei Pierre beslist.

“Mensen denken dat we die vissen kweken met brol. Met kleurstoffen en zo”, vertelde Pierre.

“Terwijl dat nondedju geen waar is”, riep hij vertwijfeld.

“Weet je dat de kleurstof in de gekweekte zalm gewoon caroteen is? Een natuurlijk product! Afkomstig van wortels nondedju!

Onze visjes worden vertroeteld met lekker, gezond eten! Ze leven in een omgeving zonder stress, in veel zuiverder water dan wilde vissen! Trouwens, die wilde zeevis is ongeveer opgevist”.

Pierre poetste nadenkend nog eens zijn bril. De dampen van onze regenkleren hadden de warme wagon gevuld.

We zaten wéér in een soort stoombad.

 

“Vis eten is gezond, dat staat vast”, zei ik.

“Ik las laatst dat vis enorm veel Omega3 en zo bevat”, vervolgde ik.

“En ik heb het geluk dat mijn vrouwtje waanzinnig lekker vis kan klaarmaken”, zei ik blij.

Pierre keek geïnteresseerd.

Mijn vrouwtje lachte.

“Gewoon een kwestie van de goeie pan hebben”, zei ze.

“Ja, dat zal wel”, zei Pierre.

“Komaan, vertel!”, spoorde ik haar aan.

 

De rest van de reis leek verdacht veel op een kookcursus.

Pierre en mijn vrouwtje discussieerden over pannen en kruiden.

Over de temperatuur van de olie bij het bakken van vis.

Ze waren eensgezind dat olijfolie veel gezonder bakt dan boter.

Maar dat boter dan weer meer extra smaak geeft aan de vis.

Dat een vis twee keer moet zwemmen : één keer in het water en één keer in de pan.

Ik zat te genieten.

Het water kwam me in de mond bij hun levendige beschrijvingen.

 

Toen we in Brugge aankwamen hielp Pierre ons in ons regenpak.

“Eerst de broek en dán de laarzen”, zei hij wijs.

Aarzelend namen we afscheid.

“Euh, Pierre, viskwekertje, het ga je goed”, zei ik.

 

Pierre keek ons lachend aan.

“Ik weet hier in Brugge een goed visrestaurantje”, zei hij.

“Wat zouden jullie denken van een lekker visje over de middag?”, vroeg hij.

Ik keek verwachtingsvol naar mijn vrouwtje.

Ze knikte goedkeurend.

“ ’t Is goed, Pierre”, zei ze, “we zullen er zijn”.

Quit beefing, eat seafood”, scandeerde ik en we stapten af.

Pardoes in een enorme plas van wel tien centimeter diep.

 

Pierre stond beteuterd naar zijn schoenen te kijken.

Mijn vrouwtje en ik sprongen vrolijk op en neer, blij eens in een diepe plas uit te stappen.

“Ik ga wat rusten in mijn hotel”, zei Pierre hoofdschuddend.

“Tot vanmiddag, in drogere omstandigheden”, riep hij.

 


19:53 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (12) | Email dit |  Facebook |

Commentaren

Haha Ik was Lady weer voor, maar zij gaat voor een linkje zorgen.

Gepost door: lord blotbilski | 11-02-05

Lordje hé! Weer mooi geschreven, Jacoja! Ik kom het straks nog eens lezen, want ik zit hier met een springboon.

Gepost door: lady rosita | 11-02-05

Dat was het dat we gemist hadden. Prachtig geschreven makker. Peter zal tevreden zijn.

Gepost door: Yapede | 11-02-05

Gelukkig je bent er weer. En met wat een verhaal, die Pierre mag gelukkig zijn dat hij jou kent en lekkere gekweekte vis met jou mag eten.

Gepost door: het alziend oor | 11-02-05

Fotoreportage om nog even terug te komen op het vorig postje : prachtige foto's, maar bovenal prachtige muziek. Kun je me vertellen van wie dit pianostuk was? Lijkt me ideale muziek voor in mijn trouwmis ;)

Gepost door: An | 11-02-05

@an de muziek bij de fotoreportage "zonder woorden" is van Wim Mertens, getiteld : Humility. Eén - zo niet dé - der grootste componisten uit België.
Maar niet voortvertellen, hé!

Gepost door: jacoja | 11-02-05

Wat ik nodig had Dit was wat ik nodig had, een leuk ontspannend verhaal voor het slapen gaan. Dank je!

Gepost door: Stefaantje | 11-02-05

Mooooooooiiiiiii

Gepost door: Lizy | 11-02-05

vanorgen wat rondgehangen op je blogje en alweer genoten, dank je voor die prachtige schrijfsels
Prettig WE Jacoja

Gepost door: MJ | 12-02-05

Ik weet niet meer of ik beloofd had om terug te komen, kwas iets te moe gisteren. In ieder geval ge moet uw zinneke veranderen. Tis 'Jacoja, met zoveel prachtige woorden in zijn hoofd!' En uw vrouwke, man wat een subliem idee, echt waar ik ben er ondersteboven van. Laten we treindichter worden! dat zo pas prachtig zijn!

Gepost door: Dafke | 12-02-05

met de trein.... mooi stukje van
een stationsdichter !!
zomergroetjes
wel wat vroeg, maar kom
positief denken !!
vhi

Gepost door: vhi | 12-02-05

zet de pan maar klaar want ik kom gauw gekweekte vis proeven klaargemaakt door dat vrouwtje van je

een pierre op terugweg van brazil waar ze veel en goedkoop de garnalen kweken zodat carrefour ze aan 5 euro kan verpatsen / en reken maar dat ze lekker zijn ...

Gepost door: pierre | 27-02-05

Post een commentaar