24-03-05

FIKS

Heden morgen moest ik wat brieven gaan posten.

Wat shit voor de verzekeringen en zo.

Ik besloot bus 3 te nemen, want die passeert aan de Post.

 

Welgezind stapte ik fiks naar de bushalte, een kleine vijfhonderd meter van ons huis.

De laatste dagen, dank zij mijn therapie en vooral dankzij de zon, stap ik al weer fiks.

Ik ben nondedju Zijne Fiksheid Zelve!

Toch voor vijfhonderd meter.

 

De hernia daar beneden is gekalmeerd en de “bulging” daar halfweg houdt zijn muil.

Blijft over : mijn nek.

Artrose en een wiplash van drie jaar geleden blijken niet zo’n leuke combinatie te zijn.

 

Ik heb ondervonden dat ik die nek wat rustiger krijg door voortdurend naar de grond te kijken.

Waarschijnlijk rek ik op die manier die wervels wat uit elkaar en hebben die zenuwen wat meer plaats.

Of zoiets.

Who cares?

 

Ik stapte dus fiks, met mijn ogen naar de grond gericht, richting bushalte.

Zo werd ik al meteen met een paar problemen geconfronteerd.

Doch, beste lezer, mijn emotionele toestand is heden dermate goed dat ik alras riep : “kom maar op, problemen!”

 

Ten eerste viel mijn bolhoed constant voor mijn ogen.

A ja.

Een bolhoed dient men te dragen op een fier gestrekte nek!

Na hem een paar keer van de grond opgeraapt te hebben vond ik vrij snel een oplossing.

Ik propte de bolhoed in mijn rugzak en vervolgde mijn weg, blij weer eens een probleem opgelost te hebben.

 

Trouwens, die rugzak : een aanrader voor mensen met rugproblemen!

Lekker warm op je rug én hij trekt je schouders wat naar achter, wat zeer bevorderlijk is voor de wervelstand.

Natuurlijk moet de rugzak enig gewicht bevatten.

Bij mij werkt het al met twee bakstenen.

 

Ten tweede kreeg ik een vrij dof gevoel in mijn voorhoofd.

Een paar verlichtingspalen verder begreep ik het probleem : door voortdurend naar de grond te kijken knalde ik om de twintig meter tegen een paal.

Ik stopte even om na te denken.

“Ha!”, dacht ik na vijf minuten, “ik loop gewoon in het midden van de weg!”

A ja.

Daar staan geen palen!

 

Zo gezegd, zo gedaan.

Blij alweer een probleem opgelost te hebben liep ik in het midden van de weg.

Het was zo’n typisch Gents straatje : kasseien en putten van een halve meter diep.

 

Een ongeduldige vier maal vier (in Gent kan je die wel gebruiken met al die putten) probeerde mij luid toeterend voorbij te steken.

“Vergeet het”, dacht ik en ik bleef halsstarrig (!) in het midden van de weg lopen.

Met de vier maal vier ongeveer aan mijn schenen geplakt, bereikte ik eindelijk het kruispunt en de bushalte.

De vier maal vier kon mij eindelijk voorbij en de bestuurder riep iets smerigs door zijn opengedraaide raam.

Het was in het plat Gents en dat begrijp ik niet.

Ik trok me er dus geen zak van aan.

 

Na een kleine tien minuutjes wachten, samen met zeven bijzonder mooie, hoofddoekloze Turkse meisjes, kwam de bus.

Door die meiden vergat ik even om naar de grond te kijken, wat mij enkele hevige nekkrampen kostte.

Maar dat had ik er voor over.

 

Ik ging pal voor de bus staan.

Ik controleerde het nummer : “drie”.

Een mens moet zeker zijn, hé, voor hij op een bus stapt!

 

Daarna stapte ik op.

Een abonnement tonen hoeft niet, in Gent.

Dat gedoe met dat controleren hebben ze hier al lang opgegeven.

Heb je dan eens een jaarabonnement, kijkt er niemand naar!

 

Op de bus bleef ik wat naast de chauffeur staan.

Het was niet zo ver naar de Post en ik maak graag eens een praatje met de bestuurder.

Het was een vriendelijke, grijze man van een jaar of vijfenvijftig.

Ik stelde mij netjes voor : “Jacoja, met zo veel woorden in zijn hoofd”.

Hij schudde mij de hand : “Aangenaam, Carlo”.

“Maar iedereen noemt mij ‘De Swa’ “, voegde hij er aan toe.

 

Hij zei één en ander in het plat Gents waar ik alweer weinig van verstond.

Ik dacht te begrijpen dat hij over een vereniging vertelde.

Ik antwoordde in het plat Brugs waardoor er algauw een vreemde conversatie ontstond.

 

Hij : “In ‘t veurjoar hèwd de Sosseteit zijn gruut joarlijks banket woar dan al d’ echte Gentenirs malkoar keunen tegenkomen op een goeie buikvullinge”.

Ik : “Ja zeg, je zie gie nogol ne diekedelvere!”

De zeven Turkse meisjes zaten ons met open mond aan te staren.

 

We draaiden een smal straatje in, vlakbij de Ossenmeersen.

Ik concentreerde mij weer op het “naar beneden kijken”.

Dat geeft best een raar effect : door de voorruit van een stadsbus naar beneden kijken.

“Onwaarschijnlijk”, dacht ik, “dit is een asfaltweg! Zonder putten!”

 

Plots riep ik luidkeels : “STOP!”

Carlo, allé, De Swa, stampte zijn voet op de rem en de bus stopte bruusk.

De zeven Turkse meisjes werden wat door elkaar geklutst, een paar oude vrouwtjes gleden languit door de bus en ik knalde met mijn voorhoofd tegen de ruit.

“Arm voorhoofd”, dacht ik, “het heeft vandaag wat te verduren!”

 

Carlo zat me vragend aan te kijken, het grote stuurwiel in zijn handen.

Ik wees naar buiten, naar de asfalt vlak voor de bus.

Hij stond half recht, zijn handen nog steeds op het stuur en keek naar de baan.

De zeven Turkse meisjes kwamen ook kijken.

De oude vrouwtjes waren nog niet rechtop geraakt.

 

De Swa zette de motor af.

“Schuun, Jacoja, schuun”, zei hij.

Hij opende de deur en we stapten met zijn allen uit.

 

De straat was bezaaid … met padden.

Honderden dikke, vette padden.

Ze kropen met zijn allen naar de overkant, richting Ossenmeersen.

 

Ik pakte er één op, de grootste.

Een pad van een kwart kilo.

“De natte droom van Catwezel”, dacht ik.

Ik hield hem op ooghoogte.

“Wel, meisje, wat is dat hier allemaal? Op weg naar de Ossenmeersen? Kindjes gaan maken?”, vroeg ik.

De pad kwaakte.

De Turkse meisjes giechelden.

 

“Komaan, Swa, werk aan de winkel!

Subiet komen die mannen met hun vier maal vier en zijn ze allemaal plat!”, riep ik.

We stroopten onze mouwen op en begonnen de padden over te zetten.

Na enkele padden gaf ik Swa onder zijn voeten : “Swa, nondedju, niet bukken om die beesten op te rapen!

Dat is zeer slecht voor de lage rug! Je moet door je knieën gaan, zoals ik, kijk!”

Ik demonstreerde traag, op Tai Tji - wijze het “door de knieën gaan om een pad op te rapen”.

 

De zeven Turkse schoonheden stonden langs te kant van de weg te kijken.

Aarzelend kwam er eentje dichterbij.

Ze ging door de knieën.

Het duizelde me.

Ze pakte een pad.

“Dat beestje heeft zo koud!”, riep ze naar haar vriendinnen.

“Vuurzichtig, meiske, met die lange nagels, wor!”, zei Swa.

 

De zes andere Turkse meiden kwamen helpen.

Een paar oude vrouwtjes strompelden eindelijk ook van de bus.

Met vereende krachten zetten we alle padden over de weg.

Ik zette per vergissing ook een oud vrouwtje over, maar ze kon er nog mee lachen.

 

Na een minuut of tien hard werken overschouwde Swa het asfalt.

“Kleir”, zei hij.

We stapten allemaal weer op.

De zeven Turkse meisje waren een geanimeerd gesprek aan het voeren met de oude vrouwtjes.

Ze hielpen hen vriendelijk de bus op.

 

Swa sloot de deuren en startte de motor.

We vervolgden onze reis.

Aan de Post stapte ik uit.

 

“Dag Jacoja”, riepen de zeven Turkse meisjes in koor.

Een paar oude vrouwtjes zwaaiden bibberig naar me.

“Tot de volgende keer, maat”, zei De Swa, dit keer in proper Nederlands.

 

Onder het fluiten van “Bullfrog Blues” (Rory Gallagher) stapte ik de Post binnen.

Ik bekeek mijn handen.

Smerig!

“Kan ik hier ergens mijn handen wassen?”, vroeg ik aan de loketbediende.

“Wat denk je dat dit hier is, meneer?

Een openbaar toilet?

Dit is de Post, man!”, riep de nukkige beambte.

“Welcome back to reality”, dacht ik zuchtend.



17:38 Gepost door jacoja | Permalink | Commentaren (16) | Email dit |  Facebook |

Commentaren

Zeker van... ...dat het geen "zebrapadden" waren? ;-)

Gepost door: Spikkie | 24-03-05

Prachtig geschreven, Jacoja! Man, jij weet echt niet hoe goed je wel kan schrijven!
Ik ga direct een link leggen.
Heel erg bedankt en hier horen drie dikke zoenen bij XXX!

Gepost door: lady rosita | 24-03-05

Prachtig... en draag zorg voor je lichaam. Je hebt er maar één.

Gepost door: Bert | 24-03-05

heej Jacoja!! Blij dat je terug cursiefjes schrijft!
En het is weer een goedje.
Zeg, vandaag niemand gezien met twee krukken? Ik zat namelijk samen met Schanulleke ook ne keer of twee op den drie...

Gepost door: kaatje | 24-03-05

ZO ZOU HET MOETEN ZIJN.....JACOJA... Stel je voor.....dank u voor de mooie tekst.....pepino

Gepost door: pepino | 24-03-05

Knap geschreven man, precies alsof je nooit bent weggeweest. Trouwens problemen zijn geen problemen maar uitdagingen, positief denken hé.

Gepost door: yapede | 24-03-05

Als U het mij toestaat Het beste tot nu toe!

Gepost door: lord blotbilski | 24-03-05

The Lady.... is vandaag de 61000 gepasseerd....ik zeg het u maar....

Gepost door: pepino | 24-03-05

blij dat het al wat beter gaat met je rug en weer eens heel mooi geschreven... Keep on going... :D

Gepost door: Anne | 24-03-05

Nu vraag ik mij af is er geen enkele van die zeven meiskes die de pad kuste? Of kennen ze dat niet in turkije? :-p

Twas super om te lezen

Gepost door: dafke | 24-03-05

great stukje maat grandioos geschreven, tijd om een uitgever aan te spreken :-)

Gepost door: willy | 25-03-05

Weer veel leesgenot ... ps ... hier in de buurt wordt in deze tijd van het jaar
de weg afgesloten vanwege de paddentrek ...

Gepost door: Free my Soul | 27-03-05

Een mooi verhaal Jacoja! Ik wens u heerlijke paasdagen toe!

Gepost door: Marian | 27-03-05

't was weer eens genieten van je schrijfsels!

Gepost door: MJ | 29-03-05

ik ben in de week geforceerd geweest
om het abs-systeem
waarover ik niet beschik
toe te passen op mijn auto
en dat allemaal door de zus
die in het pikkedonker
toch een pad zag springen
uitstappen dus
en overzetten...
herkenbaar...

Gepost door: ac | 30-03-05

Niet geprobeerd... ... om er eentje te zoenen? Je kan nooit weten dat er een jonge schone uit voort komt!

Gepost door: An | 31-03-05

Post een commentaar