29-05-05
Een merelavond...
Zondagavond was het vrij mooi weer.
Een hogedrukgebied strekte zich uit boven Gent en het bleef lekker warm.
Het moet niet altijd boven de Azoren zijn, hé, die hogedrukgebieden!
Ik installeerde mij op mijn terras :
ligzetel buiten zetten, een paar Leffes uit de kelder halen, boekje uit de kast nemen, oordoppen zoeken, het vrouwtje een kusje geven,…
Ik stapte naar buiten.
Ik struikelde over het trapje met het volle glas Leffe in mijn hand.
Gelukkig kon ik het edele vocht redden door een waarlijk fantastische polsbeweging.
Verbaasd keek ik naar het nog volle glas Leffe.
“Miljaar”, dacht ik, “ik had golfer moeten worden!”
Nee, zo’n soepele polsbeweging had ik in geen tijden gezien!
Rillend van genot bij het mooie vooruitzicht een paar uur buiten te zitten installeerde ik mij in mijn ligzetel.
Die mensen van LaFuma, die zouden een medaille moeten krijgen.
Ligzetels dat die kunnen maken!
Ongelooflijk.
De mijne is nog een oud model, de jaren zeventig.
Vergeleken met die ligzetels van vandaag de dag, is hij zéér zwaar.
In de jaren zeventig waren ze nét van het gietijzer afgestapt, maar een ligzetel gemaakt uit vol staal blijft toch zwaar.
Toch in vergelijking met een aluminium frame!
Laat staan die verderlichte modelletjes in Kevlar en andere ruimtevaartmaterialen!
Mocht ik zo’n futuristische ligzetel hebben, ik nam hem overal mee.
Je ziet : ik kén wat van ligzetels, hé.
De zetel had weer kuren.
Hij klapte dicht op het moment ik er in ging zitten.
Dat gebeurt wel meer, hoor.
Wanneer je de poten niet goed opent, dan moet je boeten.
In de jaren zeventig heette dat “comfort”.
Na enig geworstel met de zware ijzeren zetel kon ik mezelf bevrijden.
Dat was al een hele vooruitgang!
Een overwinning!
Ligzetel-Jacoja : 10-1 !
Ik stond eindelijk op het bord!
Vroeger kwam daar steevast het hele gezin bij helpen!
“Onze Jacoja zit weer gekneld in zijn ligzetel”, zeiden ze dan hoofdschuddend.
Ik inspecteerde de poten en gooide een paar bloempotten op de zetel, om zeker te zijn dat hij niet weer zou dichtklappen.
Hij klapte niet meer dicht.
“Pas op, hé, smeerlap”, sprak ik de ligzetel toe.
“Nog één keer en ik smijt je in de vaart, hé, maat!”, waarschuwde ik hem.
“Eerst even relaxen”, dacht ik en ik nam voorzichtig plaats.
Ik nam een slok van mijn Leffe en leunde achterover.
Goedkeurend bekeek ik de evoluties van de planten op het terras.
“Ha!”, dacht ik, “de Hortensia heeft er twee blaadjes bij gekregen!”
“En kijk daar : de Koekoeksbloemen zijn twéé millimeter gegroeid”, zag ik verwonderd.
Ik sloot mijn ogen en genoot van de stilte.
Midden in de stad en toch zo stil…
Héél in de verte klonk een bekend geluid.
“Mmm”, dacht ik, “dat is de eerste keer dit jaar”.
Het geluid naderde traag maar zeker.
Een soort klokkenspel op de tonen van “Mister Sandman”.
Je kent dat liedje toch?
“Mister Sandman, bring me a dream, ….”
“Pom pom pom pom pom pom pom ....”
Juist.
De ijskar.
In het begin ergerde ik me aan dat geluid, nu vind ik het heel gewoon dat één of andere klootzak van een ijsverkoper ELKE DAG de halve stad persé UREN AAN EEN STUK moet treiteren, om twintig(!) ijsjes op een avond te verkopen, met STEEDS (al drie jaar!) hetzelfde nummer dat dan dágen aan een stuk in je hoofd blijft hangen.
Sorry, ik liet me even gaan.
Luchtlawaai rond Zaventem?
Kom hier maar eens wonen!
We hebben met het buurtcomité al aan den Bert Anciaux gevraagd om die ijskar andere aanvliegroutes te laten kiezen.
Den Bert begon subiet te wenen en daarom hebben we het dan maar zo te laten.
Je mag daar ook niets van zeggen, hé : dat is voor de kleine kindjes, die ijsjes!
De ijskar kwam oorverdovend dichtbij.
Ik pakte mijn oordoppen en sloot mijn oren er mee af.
Glimlachend pakte ik mijn boek.
“Ha!”, dacht ik welgezind, “ik heb er lang naar gezocht, naar deze oordoppen, maar : ze waren die veertig euro waard!”
Die ijskar cirkelt hier dus een half uur rond mijn huis, moet je weten.
Dat ding ontwikkelt 100 decibel!
Dat is schadelijk voor de oren!
Ik las een half uurtje in mijn boek : “Succesvol Snoekbaarsvissen”.
Ja, ik lees graag boeken over het vissen.
Eigenlijk lees ik er liever boeken over, dan dat ik zélf ga vissen.
Die mannen vangen tenminste vis, in die boeken!
Die vangen zo altijd van die snoekbaarzen van een meter of twintig kilo of zo.
De héle dag door, hé!
De ene metersnoekbaars na de andere!
Santé, zeg.
Ik had ook langer kunnen lezen over snoekbaarsvissen, zeg maar drie kwartier of een uur of zo.
Ware het niet…
Ware het niet dat een merel ongelooflijk de aandacht zat te trekken op de schouw van onze overburen.
Hij sprong voortdurend op en neer, hij klapperde met zijn vleugels, hij deed koprollen, dat beestje,… om maar mijn aandacht te vangen.
Ik sloot mijn Snoekbaarsboek en trok mijn pluggen uit mijn oren.
Ik herkende hem onmiddellijk.
Het was de zoon van Sandman, de merel die hier vorig jaar de buurt onveilig maakte.
Hij had dezelfde postuur : helemaal zwart met een oranje snavel.
Sandman! Daar kan ik verhalen van vertellen!
Nu, ik moest toegeven dat de zoon van Sandman het nog beter deed :
hij floot de halve melodie van Mister Sandman.
Tot aan “a dream!”
Zijn vader was nooit verder geraakt dan “Mister Sandman”.
Mijlen verder antwoordde een andere merel met een stukje uit “Bloody Sunday”, van U2.
“Ha!”, dacht ik tevreden, “de Rocky leeft ook nog”.
“Blij dat ik die niet op mijn dak heb”, dacht ik, “al dat geweld!”.
Zo zat ik op mijn gemak te luisteren naar de merels en te genieten van mijn Leffe.
Plots schrok ik op.
Enkele tuintjes verder hoorde ik een andere melodie.
De merel zweeg verbaasd.
Aarzelend floot hij weer “Mister Sandman, bring me”.
De vogel antwoordde enkele tuintjes verder met een vreemde, ondefinieerbare melodie.
“Best mooi gefloten”, dacht ik.
De merel keek geïntimideerd.
Hij probeerde nog eens “Mister Sandman, bring me”, maar nu veel luider.
Enkele tuintjes verder volgde het antwoord onmiddellijk, ook veel luider.
De merel stoof luid kwetterend die richting uit.
“Ik zal die rivaal hier eens verjagen”, dacht hij duidelijk.
“Kom maar op, rivaal!”, dacht hij.
“Hm”, dacht ik verwonderd, “een rare vogel, als je het mij vraagt”.
Ik stond op en riep met luide stem :
“Zal het gaan, ja? De merel verjagen, ’t is proper!”
De vent van Eugenie (zoek maar eens in Google op “de vent van Eugenie”, waar kom je dan terecht? Juist : bij Jacoja!) riep terug :
“Heb je daar nog een Leffe staan, Jacoja?”
De rest van de avond zat ik met de vent van Eugenie op mijn terras.
We kraakten nog menige Leffe.
We wisselden onze kennis over merels en snoekbaarsvissen uit.
Hoe later op de avond hoe klaarder het verband tussen merels en snoekbaarsvissen ons werd.
Het was echt een gezellige merelavond.
De vent van Eugenie zwalpte rond een uur of tien in het donker naar huis.
Hij zong nog luid “Mister Sandman, bring me”, terwijl hij zijn sleutelgat zocht.
Ik ruimde het terras op en ging daarna naar boven.
Knus, bij mijn vrouwtje in bed.
“Kom hier, Mister Sandman”, fluisterde ze, half slapend.
Ik liet me dat geen twee keer zeggen!
In de verte hoorde ik de ijskar.
“Voor de kleine kindjes”, dacht ik, “me hoela!”
Om twaalf uur ’s nachts zijn er niet écht veel kleine kindjes meer die ijsjes eten, hé.
Het risico bestaat dat je na het lezen van dit cursiefje een paar dagen met de melodie van “Mister Sandman” in je hoofd blijft zitten.
Er zijn ergere dingen. Je weet nog maar half wat het betekent wanneer één of andere klootzak van een ijsverkoper ELKE DAG de halve stad persé UREN AAN EEN STUK moet treiteren, om twintig(!) ijsjes op een avond te verkopen, met STEEDS (al drie jaar!) hetzelfde nummer dat dan dágen aan een stuk in je hoofd blijft hangen.
Sorry, ik liet me weer even gaan.
17:18
Gepost door jacoja
Permalink
| Commentaren (3)
| Email dit
|
Facebook
|





